" Psychologie ”
In de rubriek psychologie kom je alles te weten over geestelijke aandoeningen of problemen. Wat is het? Wat kan je eraan doen? Hoe ga je er mee om? Elke categorie biedt nuttige informatie...
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
Rubriek Psychologie
-
Hematofobie / bloedangst
Minder gekende psychologische aandoeningen
Verslaving
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
Wat is een Depressie?
Soms ziet u het even niet meer zitten, heeft u geen zin om iets te doen of beleeft u aan niets meer plezier. U voelt zich neerslachtig. Duurt dit dagenlang, is het gevoel zeer heftig en heeft u er geen controle meer over, dan is er sprake van een depressie. Neerslachtigheid, lichte depressie en ernstige depressie liggen min of meer in elkaars verlengde. De grens is soms moeilijk te trekken.
Artsen spreken van depressie als men gedurende minstens 14 dagen last heeft van:
- een sombere stemming of verminderde interesse en plezier in de meeste activiteiten;
- én minstens vier van volgende symptomen:
- op korte tijd vermageren zonder dieet of opmerkelijk zwaarder worden;
- niet kunnen slapen of veel meer slapen;
- rusteloos ofwel heel loom zijn;
- moe zijn en geen energie hebben;
- zich waardeloos of schuldig voelen;
- zich moeilijk kunnen concentreren en besluiteloos zijn;
- regelmatig aan de dood of aan zelfmoord denken.
Depressie bij ouderen wordt vaak moeilijk of niet herkend. Ouderen praten minder gemakkelijk over gevoelens. Ze hebben bovendien veel meer aandacht voor lichamelijke dan psychische klachten en beschouwen de klachten vaak als normaal in deze levensfase. Ze zoeken dan ook niet gemakkelijk hulp.
De omgeving of hulpverleners herkennen de depressie vaak niet omdat er niet altijd sprake is van een sombere of depressieve stemming of verlies van interesse en plezier. Ouderen met een depressie hebben vaak een matte, gelaten, lusteloze stemming die doet denken aan normale somberheid. Hoewel er essentiële verschillen zijn, kunnen de symptomen bovendien ook doen denken aan een andere aandoening, bv. dementie of kunnen ze deel uitmaken van een rouwproces.
Depressie herkennen
Iedere persoon is uniek en daarom kunnen de symptomen van depressie heel erg verschillen van persoon tot persoon. Veranderingen in gevoelens, lichaam, gedrag en/of denken kunnen eerste signalen zijn. Deze veranderingen komen niet noodzakelijk tegelijk of in even sterke mate voor. Soms komen ze zelfs helemaal niet voor.
Gevoelens
- Somberheid, pessimisme, negativisme.
- Minder plezier in dagelijkse dingen.
- Teleurgesteld zijn in zichzelf, gebrek aan zelfvertrouwen, onzekerheid.
- Gevoelens van nutteloosheid, miskenning, waardeloosheid.
- Hopeloosheid over de toekomst.
- Gevoelens van wanhoop en eenzaamheid.
- Gevoelens van leegheid, schuld, schaamte en spijt.
- Paniek- of angstgevoelens.
Lichamelijke kenmerken
- Slaapproblemen: moeilijk inslapen, te vroeg wakker worden, slecht doorslapen.
- Geen trek meer hebben in eten of juist meer eten.
- Gevoel van lichamelijke zwakte en vermoeidheid.
- Veelvuldige lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, rugpijn, maagpijn, duizeligheid, onregelmatige werking van de darmen, hartkloppingen, trillende handen.
- Geen zin meer hebben in vrijen.
Gedrag
- Dagschommelingen: 's morgens moeilijk op gang komen, in de loop van de dag gaat het beter.
- Moeite om aan activiteiten te beginnen.
- Een hele dag op bed blijven liggen of juist heel onrustig zijn.
- Langzamer handelen.
- Rusteloosheid en opwinding.
- Te veel of te weinig energie.
- Verminderde zorg voor het uiterlijk en de (woon)omgeving.
- Sociale contacten verwaarlozen, zich isoleren van anderen.
- Neiging om overdreven te reageren op mensen en situaties.
- Veel huilen.
- (Te) veel alcohol drinken.
Denken
- Gedachten aan de dood en zelfdoding.
- Fantaseren over hoe je een einde aan het leven zou maken.
- Besluiteloosheid en piekeren.
- Concentratieproblemen, geheugenmoeilijkheden.
- Overtuigd zijn iets niet te kunnen wat men vroeger probleemloos deed.
- Voortdurend bezig zijn met de lichamelijke gezondheid Wanen of hallucinaties.
- Sombere of negatieve gedachten die zich opdringen en die men niet kan tegenhouden.
Ontstaan
Iedereen kan een depressie doormaken maar sommige factoren verhogen de kwetsbaarheid. Meestal liggen verschillende factoren tegelijkertijd aan de basis.
Psychische, lichamelijke, omgevingsfactoren en ingrijpende gebeurtenissen kunnen een rol spelen en elkaar versterken.
Biologische en lichamelijke factoren
- De meningen over de rol van erfelijkheid zijn nog verdeeld.
- Vrouwen hebben ongeveer tweemaal zoveel kans op een depressie als mannen.
- Een (chronische) lichamelijke ziekte, bv. een schildklieraandoening, hart- en vaatziekten, diabetes, CVA kan leiden tot depressie. Vooral aandoeningen die leiden tot een verminderde mobiliteit, ernstige vermoeidheid, blijvende pijn, incontinentie, beperkingen in het vermogen om te communiceren, problemen met horen en zien, tasten de weerbaarheid en draagkracht aan.
- Bepaalde geneesmiddelen zoals sommige middelen tegen hoge bloeddruk, antiparkinsonmiddelen, corticoïden, hormonale preparaten, kunnen soms sombere gevoelens als nevenwerking hebben.
- Langdurige slapeloosheid kan leiden tot depressie.
Psychische factoren
Sommige eigenschappen verhogen de kwetsbaarheid voor depressie: moeilijk problemen kunnen oplossen, verdriet verwerken of steun vragen; weinig zelfvertrouwen, perfectionisme, angst om te falen, overwegend de negatieve kanten van zichzelf en de gebeurtenissen beklemtonen, weinig sociale vaardigheden. Wie weinig plezierige gebeurtenissen of activiteiten meemaakt of ontevreden is over zijn leven, is gevoeliger voor depressie.
Risico's uit de omgeving
Factoren die de kwetsbaarheid voor een depressie verhogen:
- weinig sociale en emotionele steun uit de omgeving;
- ontbreken van een vertrouwenspersoon om over moeilijkheden te praten;
- gevoelens van onveiligheid;
- verblijven in een instelling;
- nood aan thuiszorg;
- een lagere scholingsgraad en/of een laag inkomen, in slechte leefomstandigheden wonen, wonen in de stad, armoede.
Depressie komt meer voor:
- bij alleenstaande of gescheiden personen, alleenstaande ouders, weduwen of weduwnaars;
- in de herfst en de winter.
Invloed van levensgebeurtenissen
Ingrijpende gebeurtenissen zoals het overlijden van de partner of verhuizing naar een tehuis kunnen aanleiding geven tot een depressie. Huwelijksconflicten of echtscheiding bij kinderen of kleinkinderen, ziekte van de partner, verlies van één van de ouders op jonge leeftijd, mishandeling zijn maar enkele voorbeelden.
Behandeling
Om een diagnose te stellen en een correcte behandeling te starten, is een goed gesprek met de huisarts belangrijk. Praat over wat u voelt. Beperk u daarbij niet tot lichamelijke klachten. Vertel ook wat u denkt, hoe u functioneert, wat u hindert, … Vraag tijd om naar uw verhaal te luisteren.
Om een depressie te behandelen hebben zowel gesprekken als geneesmiddelen hun waarde. Een combinatie van beide geeft dikwijls het beste resultaat.
Sommige mensen hebben baat aan het uiten van emoties. En bij depressie is kunnen uiten van verdriet een belangrijke stap. Noch gesprekstherapie noch geneesmiddelen hebben dat als doelstelling, ook al kan het voorvallen dat bij die methodes emotie wordt geuit.
"Er bestaan ook nieuwere psychologische behandelvormen, zoals mindfulness en acceptance and commitment therapy (ACT). Ze werken volgens een ander mechanisme dan het veranderen van de inhoud van gedachten."
Gesprekken
Gespreksbegeleiding neemt een belangrijke plaats in bij de behandeling van depressie. Uw huisarts kan u ervoor doorverwijzen naar een specialist in het behandelen van psychische problemen, bv. een psychotherapeut, psycholoog of psychiater.
In een gesprekstherapie verwerft u meer inzicht over de samenhang van uw depressieve klachten met uw levensomstandigheden. U zoekt hoe u anders kan omgaan met problemen. Soms wordt ook uw partner of familie hierbij betrokken. Gesprekstherapie wil u sterker en ook weerbaarder maken voor het geval een nieuwe depressie de kop dreigt op te steken.
Geneesmiddelen
Soms beslist uw arts dat geneesmiddelen nodig zijn. Men veronderstelt dat het biologisch evenwicht in de hersenen verstoord is bij depressie. Dit kan mee uw stemming gedurende een lange tijd veranderen. Antidepressiva zijn geneesmiddelen die dit onevenwicht in de hersenen kunnen corrigeren zodat het herstelde biologisch evenwicht de depressie kan helpen wegtrekken.
Antidepressiva moet u gedurende een aantal maanden nemen. Dit moet in nauw overleg met de arts gebeuren. Bij de opbouw is er een toegenomen risico op zelfmoordgedachten. Ook de afbouw moet geleidelijk gebeuren in overleg met uw arts. Stop niet op eigen houtje, ook al zijn de depressieve symptomen sterk verminderd of verdwenen.
Er zijn veel soorten antidepressiva die onderling vooral verschillen in mogelijke nevenwerkingen. De belangrijkste mogelijke bijwerkingen zijn: hartkloppingen, duizeligheid, droge mond, wazig zien, sufheid, slaperigheid, moeite met ontlasting of urineren, misselijkheid, vermindering van seksuele gevoelens.
Voorkomen
- Zorg dat u niet geïsoleerd raakt. Probeer mensen op te zoeken, ook al heeft u er eigenlijk geen zin in. Vermijd situaties waarin genieten een ‘must’ is (bv. een feestje) als u weet dat u dat nu niet kan. Koester uw vrienden en maak tijd voor mensen waar u zich goed bij voelt. Probeer ook nieuwe contacten te leggen.
- Zorg voor een gezonde leefwijze. Slaap genoeg maar ook niet te veel. Kies voor gezonde voeding. Wees matig met alcohol en koffie. Let op uw medicatiegebruik en uw rookgedrag.
- Neem voldoende lichaamsbeweging: dagelijks minimum dertig minuten matig fysiek actief zijn is ideaal. Ga elke dag een stukje fietsen of wandelen. Dat helpt tegen depressieve gevoelens en maakt u ‘gezond moe’. Zoek meer dan één bewegingsactiviteit en denk ook aan activiteiten die u binnen kan doen.
- Uit uw gevoelens of praat erover.
- Tracht elke dag een schema op te stellen van wat u in de loop van de dag wil doen.
- Stel uzelf haalbare doelen.
- Zoek afleiding in ontspannende activiteiten.
- Geniet van de kleine dingen van het leven: een warm bad, een goed gesprek, spelen met uw kleinkind.
- Probeer op een andere manier te denken over uzelf en de gebeurtenissen.
- Leer op een goede manier omgaan met stress.
- Werk aan uw psychische weerbaarheid.
Zelfzorg
- Probeer te aanvaarden dat u depressief bent, heb geduld en neem tijd. Veroordeel uw gevoelens niet.
- Komt u er zelf niet uit, neem dan contact op met uw huisarts. Hij/zij kan u informatie geven, u zelf begeleiden of doorverwijzen naar meer gespecialiseerde hulpverleners.
- Bent u het niet eens bent met de voorgestelde behandeling, vraag dan een tweede mening.
- Blijf er niet alleen mee zitten. Neem iemand in vertrouwen en praat erover. Als u uw gevoelens deelt, kan de omgeving u beter begrijpen en helpen.
- Neem eventueel deel aan een praatgroep. Mensen die hetzelfde doormaken, herkennen uw probleem. Het is voor beide partijen een opluchting om erover te kunnen praten.
- Blijf gezond eten en drinken. Zoek geen troost in alcohol of drugs. Koffie maakt nerveus en gespannen.
- Stel beslissingen uit die vergaande gevolgen hebben, bv. verhuizen, een relatie verbreken.
- Porbeer het oude leefpatroon te handhaven. Streef naar een vaste dagindeling. Ga op tijd naar bed en sta op de normale tijd op.
- Neem geneesmiddelen volgens voorschrift in.
Wat doet u beter wel ?
-
- Zoek informatie over depressie en informeer de omgeving voldoende.
-
- Geef duidelijk aan dat u weet dat de persoon met een depressie het op het ogenblik niet aankan
-
- Respecteer het tempo van de persoon met een depressie, ook al ligt het maandenlang zeer laag. Leg uw eisen niet te hoog.
-
- Steun de persoon met een depressie om voorschriften van de arts verder te zetten.
-
- Luister op het ogenblik dat de persoon met een depressie nood heeft aan een luisterend oor.
-
- Bel regelmatig of ga op bezoek. Het helpt, ook al krijgt u niet direct een positieve reactie.
-
- Praat wat meer over ‘vroeger’ toen het leven er nog wat zonniger uitzag. Haal leuke herinneringen op. Beperk het praten over de depressie.
-
- Doe iets samen met de persoon met een depressie, b.v. wandelen of winkelen. Stel het niet voor of vraag het niet maar doe het. Zoek bezigheden die de persoon leuk vond vóór hij depressief werd.
-
- Prijs iedere vooruitgang, hoe klein ook.
-
- Neem tijdelijk taken over en hou rekening met de wensen van de persoon met een depressie.
-
- Let op mogelijk gevaar voor zelfdoding en bespreek dit zo mogelijk met de persoon zelf.
-
- Moedig de persoon aan hulp te zoeken.
-
Probeer de depressieve oudere te steunen bij het volgen van de leefregels. Neem deze leefregels zelf ook ter harte. Hou zelf voor ogen dat depressie een ziekte is waarvan de behandeling tijd en geduld vergt.
Wat doet u beter niet ?
- - Probeer de persoon met een depressie niet op te beuren met adviezen. Dat werkt vaak averechts.
- - Maak geen verwijten over energie, wilskracht of doorzettingsvermogen. Veroordeel de gevoelens niet.
- - Minimaliseer de ziekte niet maar overbescherm de persoon met een depressie ook niet.
- - Waak niet wantrouwig en vreesachtig over de patiënt.
- - Maak geen ruzie over wie er gelijk heeft.
- - Neem irritatie van iemand die depressief is niet persoonlijk.
- - Stel geen hoge eisen aan de andere.
- - Vat aanwijzingen voor of toespelingen op zelfdoding niet te licht op.
Zorgen voor uzelf
- - Zorg dat u zelf niet overbelast wordt. Roep tijdig hulp in van anderen als dat nodig is.
- - Let op uw eigen beperkingen. Blijf niet ‘geven’ tot je ‘leeg’ bent.
- - Probeer uw eigen gevoelens van boosheid en machteloosheid vanwege de situatie te accepteren. Praat erover met de betrokkene zelf of met een persoon die u vertrouwt.
- - Isoleer u niet.
- - Probeer zoveel mogelijk uw eigen bezigheden vol te houden.
- - Laat u niet aansteken door het negatieve denken en de sombere stemming.
- - Als het u zelf te zwaar wordt, zoek dan professionele hulp of contact met lotgenoten.
Meer informatie: Ups & Downs
![]() |
Wat is slaap en waarom slapen we?
Hoewel de afgelopen 50 jaar de kennis over slaap enorm is toegenomen is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom we zo ongeveer 1/3 van ons leven slapend doorbrengen. Slaap wordt omschreven als een dagelijks terugkerende toestand waarin lichaam en geest tot rust komen.Lees meer |
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |



















