" Neus, keel en oren”
Neus, keel of oren kan een aandoening op zich zijn, maar kan net zo goed samengaan met een vervelende verkoudheid, griep of een andere ziekte.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
Het oor
![]() |
Ziekenzorg-CM Werking voor chronisch zieken |
![]() |
VAPH Wie kan een beroep doen op het VAPH? |
![]() |
VDAB Wat als je een arbeidshandicap hebt |
![]() |
Sociale Zekerheid gehandicaptenbeleid in België |
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
Gehoorverlies is een verslechtering van het horen. Doofheid is totaal gehoorverlies.
Gehoorverlies kan worden veroorzaakt door een verstopping van de gehoorgang of een afwijking van het middenoor of door een beschadiging van het binnenoor, de gehoorzenuw of de gehoorzenuwbanen in de hersenen. Deze twee typen gehoorverlies kunnen worden onderscheiden door het vermogen van iemand om geluiden te horen via de lucht te vergelijken met zijn vermogen om geluiden te horen via het schedelbot. Perceptieslechthorendheid wordt cochleair genoemd wanneer het binnenoor is aangetast, retrocochleair wanneer de gehoorzenuw of gehoorzenuwbanen in de hersenen zijn aangetast. Cochleair gehoorverlies kan erfelijk zijn, maar kan ook worden veroorzaakt door lawaai , een infectie, bepaalde geneesmiddelen of de ziekte van Ménière.
Diagnose
Het gehoor kan in de spreekkamer van een huisarts worden onderzocht met behulp van een stemvork, maar het gehoor wordt het best onderzocht in een geluiddichte cabine. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektronisch apparaat dat geluiden met een specifieke intensiteit en frequentie voortbrengt. Bij het stemvorkonderzoek wordt het gehoor voor luchtgeleiding onderzocht door een trillende stemvork dicht bij het oor te brengen.
Het gehoor voor beengeleiding wordt onderzocht door de voet van een trillende stemvork tegen het hoofd te plaatsen. De trillingen verspreiden zich door de gehele schedel en bereiken ook het binnenoor. Het slakkenhuis bevat haarcellen die de trillingen omzetten in zenuwimpulsen, die zich vervolgens door de gehoorzenuw verplaatsen.
Als het gehoor voor luchtgeleiding is verminderd maar het gehoor voor beengeleiding normaal is, dan is er sprake van geleidingsslechthorendheid. Als het gehoor voor lucht- en beengeleiding is verminderd, dan is er sprake van perceptieslechthorendheid. Soms komt een combinatie van geleidings- en perceptieslechthorendheid voor.
Bij toonaudiometrie wordt het gehoorverlies nauwkeurig gemeten met behulp van een elektronisch apparaat (een audiometer) dat tonen met specifieke frequenties (zuivere tonen) en een specifieke intensiteit voortbrengt. De gehoordrempel voor een reeks tonen wordt bepaald door de intensiteit van elke toon te verkleinen totdat de toon niet meer wordt gehoord. Elk oor wordt afzonderlijk getest. Voor het meten van het gehoor voor luchtgeleiding worden hoofdtelefoons gebruikt. Voor het meten van het gehoor voor beengeleiding wordt een trillend toestel tegen het bot achter het oor (mastoïd) gehouden. Bij het onderzoek wordt het oor dat niet wordt getest uitgeschakeld door het te maskeren met een ander geluid, meestal een ruis, omdat luide tonen ook door het niet-geteste oor kunnen worden gehoord (overhoren). Zodoende kan de onderzoekstoon alleen in het oor dat wordt getest, worden gehoord.
Bij spraakaudiometrie wordt bepaald hoe goed gesproken woorden bij verschillende geluidssterkte worden verstaan. Iemand luistert bijvoorbeeld naar een reeks tweelettergrepige woorden die met dezelfde klemtoon worden uitgesproken, zoals 'spoorweg', 'roltrap', 'voetbal'. Deze reeksen worden met verschillende geluidssterkten aangeboden en de sterkte waarbij iemand de helft van de woorden correct kan nazeggen wordt geregistreerd. Hierbij voor vooral bepaald hoe sterk (in decibels, dB) de intensiteit van de woorden moet zijn opdat 50% en 10% van de woorden goed wordt verstaan.
Bij geleidingsslechthorendheid ligt de maximale discriminatiescore (het percentage woorden dat correct wordt nagezegd) normaal op 100%, bij cochleair gehoorverlies vaak onder het normale bereik en bij retrocochleair gehoorverlies ver daaronder.
Bij tympanometrie wordt de impedantie (weerstand tegen druk) van het middenoor gemeten. Deze techniek wordt toegepast om de oorzaak van geleidingsslechthorendheid te bepalen. Bij tympanometrie, die vaak bij kinderen wordt toegepast, hoeft de geteste persoon geen actieve rol te spelen. Een toestel met een microfoon en een geluidsbron die een continu geluid voortbrengt, wordt in de gehoorgang geplaatst, waardoor deze wordt afgesloten. Het toestel meet hoeveel geluid er door het middenoor gaat en hoeveel geluid er wordt teruggekaatst als de luchtdruk in de gehoorgang verandert. De uitkomst van dit onderzoek geeft aan of het probleem wordt veroorzaakt door een verstopte buis van Eustachius (de doorgang die het middenoor en de achterkant van de neus met elkaar verbindt), door vocht in het middenoor of door een verstoring in de keten van de drie gehoorbeentjes die geluiden overbrengen in het middenoor.
Tympanometrie registreert ook veranderingen in de mate van aanspanning van de stapedius, een spiertje dat vastzit aan de stijgbeugel, een van de drie beentjes in het middenoor. Dit spiertje trekt normaal gesproken samen als reactie op lawaai, waardoor de geluidsoverbrenging wordt verminderd en dus het binnenoor wordt beschermd. Bij retrocochleair gehoorverlies verandert de akoestische reflex of werkt deze minder goed. Als de akoestische reflex minder goed werkt, kan de stapedius niet samengetrokken blijven bij blootstelling aan lawaai.
Hersenstamaudiometrie is een onderzoek waarmee onder andere cochleair en retrocochleair gehoorverlies kunnen worden onderscheiden. Hierbij worden zenuwimpulsen in de hersenen gemeten die opgewekt zijn door stimulatie van de gehoorzenuw. Met behulp van de computer kunnen deze zenuwimpulsen in een golfvorm worden weergegeven. Als de oorzaak van gehoorverlies in de hersenen blijkt te liggen, kan magnetische kernspinresonantie (MRI) van het hoofd worden verricht.
Bij elektrocochleografie wordt de activiteit van het slakkenhuis en de gehoorzenuw gemeten. Dit onderzoek en hersenstamaudiometrie kunnen worden toegepast om het gehoor bij mensen te meten die uit zichzelf niet kunnen of niet zullen reageren op geluid. Deze onderzoeken worden bijvoorbeeld gebruikt om erachter te komen of zuigelingen en kinderen (vrijwel) totaal gehoorverlies hebben en of iemand zijn gehoorverlies simuleert of overdrijft (psychogene slechthorendheid). Soms kunnen deze onderzoeken de oorzaak van perceptieslechthorendheid aan het licht brengen. Hersenaudiometrie kan ook worden toegepast om bepaalde hersenfuncties te controleren bij mensen die comateus zijn of een hersenoperatie ondergaan.
Met een aantal gehooronderzoeken kunnen aandoeningen worden ontdekt in de gebieden in de hersenen waar geluiden worden verwerkt. Bij deze onderzoeken wordt het vermogen gemeten om vervormde spraak te verstaan en te interpreteren, om een mededeling te begrijpen die via één oor wordt aangeboden wanneer via het andere oor een andere mededeling wordt aangeboden, om van onvolledige mededelingen die aan elk oor worden aangeboden één betekenisvolle mededeling te maken en om te bepalen waar een geluid vandaan komt wanneer twee geluiden tegelijkertijd aan beide oren worden aangeboden.
Omdat de zenuwbanen van elk oor naar de tegenoverliggende kant van de hersenen lopen, komt een afwijking aan de ene kant van de hersenen tot uiting in het gehoor in het oor aan de andere kant. Hersenstambeschadigingen kunnen het vermogen aantasten om onvolledige mededelingen tot één betekenisvolle mededeling te smeden en om nauwkeurig te bepalen waar geluiden vandaan komen.
Behandeling
De behandeling van gehoorverlies is afhankelijk van de oorzaak. Als bijvoorbeeld vocht in het middenoor of oorsmeer in de gehoorgang geleidingsslechthorendheid veroorzaken, laat men het vocht afvloeien of wordt het oorsmeer verwijderd. Vaak is genezing niet mogelijk. In deze gevallen bestaat de behandeling uit het zo veel mogelijk compenseren van het gehoorverlies. De meeste mensen gebruiken met succes een hoortoestel.
Hoortoestellen
De geluidsversterking van een hoortoestel helpt mensen met geleidings- of perceptieslechthorendheid, vooral als ze moeite hebben om de frequenties van normale spraak te horen. Hoortoestellen kunnen ook een oplossing zijn voor mensen met perceptieslechthorendheid die voornamelijk de hoge frequenties niet kunnen horen en voor mensen die gehoorverlies hebben aan één oor. Hoortoestellen hebben een microfoon om geluiden op te vangen, een versterker om de geluiden te versterken en een telefoon om de versterkte geluiden over te brengen.
Luchtgeleidingstoestellen, die over het algemeen tot betere resultaten leiden dan beengeleidingstoestellen, worden het meest gebruikt. Gewoonlijk worden ze in de gehoorgang aangebracht met een luchtdichte afsluiting of een klein open buisje. Tot de typen luchtge leidingstoestellen behoren kasttoestellen, achter-het oor-toestellen, in-het-oor-toestellen, in-de-gehoorgang -toestellen, CROS-toestellen (Contralateral Routing of Signals) en Bi-CROS-toestellen.
Het kasttoestel, dat wordt gebruikt door mensen met een zeer ernstig gehoorverlies, heeft het grootste vermogen. Het wordt in de zak van een overhemd of in een soort hoes gedragen en wordt met een draad aangesloten op het oorstuk, dat in de gehoorgang past. Zuigelingen en jonge kinderen met gehoorverlies gebruiken vaak kasttoestellen omdat deze eenvoudiger te hanteren zijn en niet zo snel beschadigd raken. Ook bestaan bij deze toestellen geen problemen met oorstukjes die niet goed passen.
Voor matig tot ernstig gehoorverlies kan een hoortoestel worden gebruikt dat achter het oor past. Een dergelijk toestel is aangesloten op een oorstukje via een flexibel slangetje. Voor licht tot matig gehoorverlies kan een hoortoestel met minder vermogen worden gebruikt dat in zijn geheel in het oorstukje is verwerkt. Het past in het uitwendige oor en is relatief minder opvallend. Een toestel dat in zijn geheel in het gehoorkanaal past (in-het-kanaaltoestel) valt nog minder op en wordt gebruikt door mensen die beslist geen zichtbaar toestel willen dragen.
Het CROS-toestel wordt gebruikt door mensen die maar met één oor kunnen horen. De microfoon wordt in het niet-functionerende oor aangebracht. De geluiden die het niet-functionerende oor opvangt, worden door een draadje of een heel klein radiozendertje naar het andere, functionerende oor geleid. Hierdoor kan iemand geluiden horen aan de zijde van het niet-functionerende oor en, tot op zekere hoogte, bepalen waar geluiden vandaan komen. Als het functionerende oor ook enig gehoorverlies vertoont, kunnen de geluiden van beide zijden worden versterkt met het Bi-CROS-toestel (CROS aan beide zijden).
Een beengeleidingshoortoestel kan worden gebruikt door de mensen die geen luchtgeleidingshoortoestellen kunnen dragen, bijvoorbeeld iemand die zonder gehoorgang is geboren of iemand met een chronisch loopoor. Het toestel wordt doorgaans in de poot van een bril net achter het oor tegen het hoofd geplaatst. Het toestel geleidt geluiden door de schedel naar het binnenoor. Beengeleidingshoortoestellen verbruiken meer stroom, veroorzaken meer vervorming en zijn minder gemakkelijk te dragen dan luchtgeleidingshoortoestellen. Sommige beengeleidingstoestellen kunnen langs chirurgische weg in het bot achter het oor worden geïmplanteerd.
Een hoortoestel moet worden gekozen door een KNO-arts of een audioloog, die de eigenschappen van het toestel afstemt op het type en de ernst van het gehoorverlies. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het frequentieverloop van het gehoorverlies. Hoge frequenties kunnen bijvoorbeeld worden versterkt door openingen in het oorstukje, waardoor geluidsgolven gemakkelijker in het oor kunnen komen. Een toestel met een oorstukje met openingen is geschikt voor veel mensen met perceptieslechthorendheid die bij hoge frequenties meer gehoorverlies hebben dan bij lage frequenties. Mensen die geen lawaai kunnen verdragen, kunnen hoortoestellen nodig hebben met een speciaal elektronisch schakelsysteem, waarmee de intensiteit van het geluid op een verdraagbaar niveau blijft.
Er zijn ook verscheidene andere hulpmiddelen beschikbaar voor mensen met een ernstig gehoorverlies. Met behulp van lichtwaarschuwingssystemen weten ze wanneer er wordt aangebeld of wanneer de baby huilt. Met speciale geluidssystemen, zoals een ringleiding, kunnen ze in een theater, kerk of op andere plaatsen met omgevingsruis horen. Er is ook telefonische communicatieapparatuur beschikbaar.
Elektrische binnenoorprothese (cochleair implantaat)
Een elektrische binnenoorprothese biedt (bijna) dove mensen verschillende voordelen. Met een elektrische binnenoorprothese kunnen dove mensen omgevings- en waarschuwingssignalen horen en onderscheiden, zoals de deurbel, de telefoon en het alarm. Ze kunnen er hun eigen stem mee omvormen zodat hun spraak begrijpelijker wordt voor anderen. Zij kunnen met behulp van een dergelijk hulpmiddel beter liplezen. Anderen kunnen woorden onderscheiden zonder liplezen. Sommige mensen kunnen via de telefoon een gesprek voeren en spraak verstaan.
Een elektrische binnenoorprothese is doeltreffender bij iemand met recent gehoorverlies of bij iemand die vóór het implantaat met succes een hoortoestel gebruikt heeft.
Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.
De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. Mail
![]() |
|
![]() |
Het oog is een bolvormig orgaan, omgeven door zes oogspieren waardoor het oog kan bewegen. Die spieren zitten vast aan de achterzijde van het oog en aan de wand van de oogkas. lees meer |
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |




















