"Botten en Spieren ”
Na een ongeval of een bruuske beweging kunnen een ontsteking van gewrichten, spieren, wervelkolom, enz....ontstaan die gepaard gaat met een geleidelijke verstijving van het ontstoken gewricht.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
Botten
-
Hernia
-
Reuma
Lage rugpijn
Allerlei
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
![]() |
Ziekenzorg-CM Werking voor chronisch zieken |
![]() |
VAPH Wie kan een beroep doen op het VAPH? |
![]() |
VDAB Wat als je een arbeidshandicap hebt |
![]() |
Sociale Zekerheid gehandicaptenbeleid in België |
CONTACT
Sportblessures
Er worden elk jaar vele tienduizenden sportblessures behandeld. De uitgangspunten van de sportgeneeskunde kunnen worden toegepast bij de behandeling van veel blessures van het bewegingsapparaat die op sportblessures lijken, maar andere oorzaken hebben. Zo kan een tenniselleboog worden veroorzaakt door het dragen van een koffer, het aandraaien van een schroef of het openen van een klemmende deur of een deel van het symptomencomplex RSI zijn, veroorzaakt door onevenwichtig computergebruik. Een runner's knee kan worden veroorzaakt door het te ver naar binnen kantelen van de voet tijdens het lopen.
Oorzaken
Sportblessures worden veroorzaakt door verkeerde trainingsmethoden, structurele afwijkingen die bepaalde delen van het lichaam meer belasten dan andere en door zwakke spieren, pezen en gewrichtsbanden. Veel van deze blessures worden veroorzaakt door chronische slijtage ten gevolge van herhaalde bewegingen die gevoelig weefsel belasten.
Verkeerde trainingsmethoden
Verkeerde trainingsmethoden vormen de meest voorkomende oorzaak van spier- en gewrichtsblessures: de sportbeoefenaar neemt niet genoeg tijd om na een training te herstellen of stopt niet met trainen wanneer hij pijn krijgt.
Steeds wanneer spieren door intensieve training worden belast, raken sommige spiervezels beschadigd en andere verbruiken hun beschikbare energie die is opgeslagen in de vorm van het koolhydraat glycogeen. Er zijn meer dan twee dagen nodig voor het herstel van de vezels en voor de vervanging van het glycogeen. Omdat alleen niet-geblesseerde en voldoende gevoede vezels behoorlijk kunnen functioneren, eisen snel opeenvolgende intensieve trainingen hetzelfde werk van een steeds kleiner aantal gezonde vezels, wat de kans op blessures vergroot. Daaruit volgt dat een tussenpoos van twee dagen tussen intensieve trainingen of het afwisselen van trainingen die verschillende delen van het lichaam belasten, kan helpen bij het voorkomen van chronische blessures.
De meeste trainingsprogramma's wisselen een zware training de ene dag af met rust of een lichte training de volgende dag. Zo laten veel gewichtheffers een dag met een zware training volgen door een dag zonder training. Een hardloper kan de ene dag drie minuten over elke kilometer doen en de volgende dag vier tot vijf minuten. Als een atleet tweemaal per dag traint, moet elke zware training worden gevolgd door minimaal drie lichte. Alleen zwemmers kunnen elke dag zonder blessures zowel een zware als een lichte training inplannen. Het draagvermogen van het water beschermt waarschijnlijk hun spieren en gewrichten.
Voorafgaand aan de meeste slijtageblessures treedt er eerst pijn op wanneer een beperkt aantal spier- of gewrichtsvezels begint te scheuren. Het stoppen met de training bij het eerste teken van pijn beperkt de beschadiging tot deze vezels, waardoor een sneller herstel mogelijk is. Door voortzetting van de training scheuren er meer vezels, waardoor de beschadiging verergert en het herstel wordt vertraagd.
Structurele afwijkingen
Structurele afwijkingen kunnen iemand gevoeliger maken voor een sportblessure doordat bepaalde delen van het lichaam ongelijkmatig worden belast. Wanneer de benen bijvoorbeeld niet even lang zijn, wordt er een grotere druk uitgeoefend op de knie en heup van het langere been. Wanneer een sporter de gewoonte heeft hard te lopen op een schuin weggedeelte heeft dit hetzelfde effect. Het herhaalde neerkomen op het aan een kant enigszins hogere wegdek verhoogt de kans op pijn of beschadiging aan die kant. Iemand met een te sterke kromming in de wervelkolom kan bij het zwaaien met een honkbalknuppel rugpijn krijgen. In het algemeen verdwijnt de pijn wanneer de activiteit wordt gestaakt, maar elke keer dat dezelfde trainingsintensiteit wordt bereikt, komt de pijn terug.
De biomechanische factor die de meeste voet-, been- en heupblessures veroorzaakt, is een te sterke pronatie (kanteling naar binnen) van de voeten zodra deze de grond raken. Een lichte mate van pronatie is normaal en voorkomt blessures door een betere verdeling van de kracht waarmee de voet de grond raakt over de gehele voet. Een te sterke pronatie kan echter pijn in voet, knie of been veroorzaken. Bij mensen met een te sterke pronatie zijn de enkels zo flexibel dat de holten van de voet tijdens het lopen of rennen de grond raken, wat doet denken aan platvoeten. Een hardloper met een te sterke pronatie kan tijdens het lopen van lange afstanden pijn aan zijn knie hebben.
Het tegenovergestelde probleem, te weinig pronatie, kan voorkomen bij mensen met stijve enkels. De voet, die een zeer hoge boog lijkt te hebben, vangt in dat geval schokken niet goed op. Dit verhoogt de kans op het ontstaan van kleine barstjes in de beenderen van de voeten en benen.
Zwakte van spieren, pezen en gewrichtsbanden
Spieren, pezen en gewrichtsbanden scheuren wanneer ze worden blootgesteld aan krachten die groter zijn dan hun eigen sterkte. Zo kunnen ze beschadigd raken als ze voor een bepaalde oefening te zwak of te strak zijn. Gewrichten zijn gevoeliger voor beschadigingen wanneer de ondersteunende spieren en gewrichtsbanden zwak zijn, zoals na een verstuiking. Door osteoporose verzwakte beenderen kunnen gemakkelijk breken.
Versterkende oefeningen dragen bij aan voorkoming van blessures. Gewone training levert geen aanmerkelijke vergroting of versterking van de spieren op. De enige manier om spieren te versterken is door tegen toenemende weerstand te trainen, zoals bij het intensiever beoefenen van een sport, het heffen van steeds zwaardere gewichten of het gebruiken van speciale krachttrainingsmachines. Revalidatieoefeningen ter versterking van herstelde spieren en pezen bestaan meestal uit het heffen of duwen tegen weerstand in reeksen van 8 tot 12 keer, en niet vaker dan om de dag.
Diagnose
Om een sportblessure of een andere blessure van het bewegingsapparaat te diagnosticeren vraagt een arts wanneer en hoe de blessure tot stand is gekomen en met welke recreatieve en beroepsmatige activiteiten de patiënt zich onlangs of regelmatig heeft beziggehouden. De arts onderzoekt ook het aangetaste gebied. De patiënt kan voor verder onderzoek worden doorverwezen naar een specialist. De volgende diagnostische onderzoeken kunnen onder meer worden uitgevoerd:
röntgenfoto's, CT-scans, magnetische kernspinresonantie (MRI), het bekijken van het aangetaste gewricht door een kleine artroscoop die in het gewricht wordt ingebracht, elektromyografie en het testen van de spier- en gewrichtsfunctie met behulp van de computer.
Preventie
Een warming-up voorafgaand aan een inspannende training helpt blessures te voorkomen. Door drie tot tien minuten in een rustig tempo te trainen, worden de spieren voldoende verwarmd zodat ze soepeler zijn en de kans op blessures afneemt. Deze actieve warming-upmethode bereidt de spieren effectiever voor op een intensieve training dan passieve methoden als warm water, warmtekussens, ultrageluid of een infrarode lamp. Passieve methoden verhogen de bloedcirculatie niet aanmerkelijk.
Cooling-down, het geleidelijk op een rustiger tempo overgaan voordat men met de training stopt, voorkomt duizeligheid door de bloedstroom op gang te houden. Wanneer een inspannende training plotseling wordt beëindigd, kan zich in de beenaders bloed ophopen, waardoor de bloedtoevoer naar het hoofd tijdelijk afneemt. Het resultaat kan duizeligheid en zelfs flauwvallen zijn. De cooling-down helpt ook bij de afvoer van afvalproducten, zoals melkzuur, uit de spieren, maar de spierpijn van de volgende dag, die wordt veroorzaakt door beschadigde spiervezels, lijkt hierdoor niet te worden voorkomen.
Rekoefeningen lijken blessures niet te voorkomen, maar ze verlengen de spieren wel, waardoor deze zich effectiever kunnen samentrekken en beter kunnen presteren. Om spierbeschadiging tijdens stretching te voorkomen, moet men stretchen na de warming-up of de training; elke stretchoefening zou zonder pijn tien tellen moeten kunnen worden volgehouden.
Steunzolen in schoenen kunnen vaak voetproblemen als pronatie corrigeren. De steunzolen, die soepel, halfstug of stug kunnen zijn en die in lengte kunnen variëren, zouden in geschikte hardloopschoenen moeten worden ingepast. Goede hardloopschoenen hebben een stug contrefort om de zijdelingse bewegingen van de achterkant van de voet tegen te gaan, ze geven steun aan de wreef om een te sterke pronatie te voorkomen en zijn voorzien van een met zacht materiaal gepolsterde instapopening (rand) die de enkel steunt. De schoen moet voldoende ruimte hebben voor de steunzool. Steunzolen verminderen gewoonlijk de breedte van de schoen met één maat.
Behandeling
De eerste behandeling bij bijna alle sportblessures bestaat uit rust, ijs, druk en het omhoog leggen van het geblesseerde lichaamsdeel. Het geblesseerde lichaamsdeel krijgt onmiddellijk rust om interne bloedingen, zwellingen en verergering van de blessure te voorkomen. Door ijs vernauwen de bloedvaten zich, waardoor de ontsteking beperkt blijft en de pijn afneemt. Omwikkeling met tape of een elastisch verband en het hoger leggen dan het hart van het geblesseerde deel dragen bij aan het beperken van de zwelling. Een in de handel verkrijgbare ice pack of een zak gestampt ijs kan tien minuten lang in een handdoek op het geblesseerde lichaamsdeel worden gelegd. Om het ice pack en het geblesseerde lichaamsdeel kan losjes een elastisch verband worden gewonden. Het geblesseerde lichaamsdeel wordt omhoog gehouden, maar het ijs wordt gedurende ongeveer één tot anderhalf uur afwisselend tien minuten aangebracht en tien minuten verwijderd. Dit proces kan de eerste 24 uur meermalen worden herhaald.
IJs vermindert pijn en zwelling op verschillende manieren. Het geblesseerde lichaamsdeel zwelt op doordat er vocht uit de bloedvaten lekt. Door de koude vernauwen de bloedvaten zich, waardoor er minder kans is dat deze gaan lekken. Zo blijft de hoeveelheid vocht en de zwelling in het geblesseerde lichaamsdeel beperkt. Verlaging van de huidtemperatuur rondom de verwonding kan de pijn en spierkrampen verminderen. Het beperkt ook de weefselafbraak door vertraging van de celprocessen.
Wanneer een ijszak echter te lang wordt toegepast, kan dit het weefsel aantasten. Wanneer de huid een lage temperatuur bereikt (15 °C), verwijden de bloedvaten in het gebied zich bij wijze van reactie.
De huid wordt rood, voelt heet aan, jeukt en kan pijn doen. Deze effecten treden meestal op negen tot 16 minuten nadat het ijs is aangebracht en verdwijnen ongeveer vier tot acht minuten nadat het ijs is verwijderd. Daarom moet het ijs worden verwijderd na tien minuten, of eerder wanneer deze effecten optreden, maar tien minuten nadat het is verwijderd, mag het weer worden aangebracht.
Corticosteroïdeninjecties in een geblesseerd gewricht of in het weefsel daaromheen verlichten de pijn, verminderen de zwelling en kunnen soms een zinvolle aanvulling op rust zijn. Deze injecties kunnen het herstel echter vertragen, de kans op pees- en kraakbeenbeschadigingen verhogen en iemand in staat stellen een geblesseerd gewricht te gebruiken voordat het geheel hersteld is, wat de blessure kan verergeren.
Fysiotherapeuten kunnen als aanvulling op therapeutische oefeningen warmte, koude, elektriciteit, geluidsgolven, tractie of oefeningen in het water in een behandelingsplan opnemen. Er kunnen speciale steunzolen of andere orthopedische aanpassingen worden aanbevolen. De ernst en complexiteit van de blessure bepaalt hoe lang fysiotherapie nodig is. Het nut van bepaalde fysische therapieën wordt door sommige artsen betwijfeld.
De sport of andere activiteit die de blessure heeft veroorzaakt, moet worden vermeden totdat de blessure is genezen. Vervangende activiteiten die het geblesseerde deel niet belasten, zijn te verkiezen boven het volledig stoppen met lichaamsbeweging, want bij volkomen inactiviteit verliezen de spieren aan massa, kracht en uithoudingsvermogen. Zo is er na een week rust minimaal twee weken training nodig om dezelfde conditie te bereiken als vóór de blessure. Als het onderbeen of de voet geblesseerd is, kunnen de vervangende activiteiten bestaan uit fietsen, zwemmen, skiën en roeien. Bij blessures aan het bovenbeen zijn joggen op de plaats of op een trampoline, zwemmen en roeien mogelijk. Bij blessures aan de onderrug kan men nog fietsen en zwemmen. En bij blessures aan de schouder of arm kan het sporten bestaan uit joggen, schaatsen en skiën.
Daarom is de leuze: haast je langzaam!
Voor elke sportactiviteit is het van belang de spieren op te warmen. Dat kan door rek- en strekoefeningen en/of loslopen. Bij onvoorbereid sporten of bij overbelasting van de spieren kunnen kleine spierscheurtjes ontstaan. Als dat gebeurt, voelt de spier hard en pijnlijk aan. Koel onmiddellijk de plaats van het letsel af gedurende een kwartier.
Dat verlicht niet alleen de pijn maar ook de zwelling vermindert. Verschillende middeltjes (spray, cold-hot pack, …) zijn verkrijgbaar. Je apotheker helpt je graag bij de juiste keuze.
Voorraad aanvullen
Na een lange en zware inspanning waarbij je diep in je reserves moet gaan, is eten en drinken belangrijk. Eet bij voorkeur onmiddellijk na de inspanning. Hoe sneller je daarmee begint, hoe beter de suikerreserves in je spieren en lever worden aangevuld. Een evenwichtige voeding krijgt de voorkeur. Boterhammen voor en na de training is dus een uitstekend idee. Voldoende drinken is even belangrijk als eten. Na een inspanning moet je meer drinken dan de hoeveelheid vocht die je verloren hebt. Ongeveer een halve liter extra per liter vochtverlies. Wie twee liter zweet verliest, moet dus drie liter vocht drinken.
Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.
De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. Mail
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |

















