Tegemoetkomingen van de Federale Overheid
Personen met een handicap die een tegemoetkoming krijgen, kunnen genieten van een verhoogde terugbetaling (regeling van de verhoogde tegemoetkoming of voorkeursregeling) voor hun medische kosten.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
DE TEGEMOETKOMING VOOR HULP AAN BEJAARDEN
DOEL
Evenals voor de integratietegemoetkoming voor personen van minder dan 65 jaar, wordt aan bejaarden een tegemoetkoming toegekend wegens verminderde zelfredzaamheid of gebrek aan zelfredzaamheid.
VOORWAARDEN OM EEN TEGEMOETKOMING TE ONTVANGEN
1. Leeftijd
Men moet minstens 65 jaar oud zijn.
2. Nationaliteit
Voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde:
1. De persoon die
• Belg is;
• Een onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie;
• vluchteling is;
• staatloos is.
2. De persoon die onderdaan is van Algerije, IJsland, Liechtenstein, Marokko, Noorwegen, Tunesië of Zwitserland en die onderworpen is aan de sociale zekerheid van een lidstaat van de Europese Unie of van zijn eigen land (als werknemer of als zelfstandige).
3. De persoon die een andere nationaliteit heeft dan de in punt 1 en 2 vermelde personen, op voorwaarde dat hij de echtgenoot, de wettelijke partner of een gezinslid is van één van deze personen.
Voorbeeld: Een Surinaamse vrouw die gehuwd is met een Belg voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde en kan een tegemoetkoming aan personen met een handicap aanvragen.
Onder “gezinslid” wordt verstaan: de minderjarige en meerderjarige kinderen, de vader, de schoonvader, de moeder, de schoonmoeder die ten laste zijn van de in punt 1 en 2 vermelde personen.
Wordt als ten laste beschouwd: de persoon die onder hetzelfde dak woont en die ten laste is voor wat betreft de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
4. De persoon die tot de leeftijd van 21 jaar verhoogde kinderbijslag genoten heeft.
3. Woonplaats en verblijf
Men moet in België wonen en er effectief verblijven op het ogenblik van de aanvraag en gedurende de periode voor dewelke de tegemoetkoming wordt verleend.
Wordt met een verblijf in België gelijkgesteld:
• het verblijf in het buitenland gedurende 90 al dan niet opeenvolgende dagen per kalenderjaar;
• het verblijf in het buitenland als patiënt in een ziekenhuis of een andere verzorgingsinstelling;
• het verblijf in het buitenland om beroepsredenen;
• het verblijf in het buitenland bij een bloed- of aanverwant die verplicht is, of waarvan de echtgenoot of de persoon met wie de bloed- of aanverwant wettelijk samenwoont, verplicht is tijdelijk in het buitenland te vertoeven om er een zending uit te voeren of functies uit te oefenen in dienst van de Belgische Staat;
• het verblijf in het buitenland gedurende meer dan 90 al dan niet opeenvolgende dagen per kalenderjaar, voor zover uitzonderlijke omstandigheden dit verblijf wettigen en op voorwaarde dat de Minister hiertoe zijn toelating verleent.
De persoon met een handicap die het land ver¬laat is verplicht de Directie-generaal Personen met een handicap hiervan ten minste één maand voor zijn vertrek in te lichten, met vermelding van de vermoedelijke duur en de reden ervan.
4. Grensinkomens
Het bedrag van de tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het inkomen van de persoon met een handicap en van de persoon waarmee hij een huishouden vormt, en dat een bepaalde grens overschrijdt.
Bedragen van toepassing van 1 oktober 2006:
• 12.766,15 EUR per jaar voor de categorie C;
• 10.216,31 EUR per jaar voor de categorieën A en B
Deze bedragen zijn gebonden aan het indexcijfer der consumptieprijzen.
Behoort tot categorie C: de persoon met een handicap die:
• een huishouden vormt;
Er wordt van een huishouden gesproken als 2 personen die geen bloed- noch aanverwant zijn in de 1e, 2de of 3de graad samenwonen.
Het samenwonen wordt vermoed wanneer er sprake is van slechts één hoofdverblijfplaats. De persoon met een handicap of de dienst mag met alle mogelijke middelen het tegenbewijs leveren.
• of één of meerdere kinderen ten laste heeft.
Onder “kind ten laste” wordt verstaan:
• de persoon jonger dan 25 jaar voor wie de persoon met een handicap of de persoon met wie hij een huishouden vormt kinderbijslag ontvangt of onderhoudsgeld, vastgesteld bij vonnis of bepaald in een overeenkomst in het kader van een echtscheiding met onderlinge toestemming;
• de persoon van minder dan 25 jaar voor wie de persoon met een handicap onderhoudsgeld betaalt, vastgesteld bij vonnis of bepaald in een overeenkomst in het kader van een echtscheiding met onderlinge toestemming.
Opgelet: Er kan per huishouden slechts één persoon zijn die tot categorie C behoort. Indien twee personen met een handicap in een huishouden tot categorie C behoren, zal elk van hen aanspraak kunnen maken op de vrijstelling die overeenkomt met de helft van de vrijstelling voor categorie C.
Behoort tot categorie B: de persoon met een handicap
• die alleen leeft;
• die ofwel sedert ten minste 3 maanden dag en nacht in een verzorgingsinstelling verblijft en voorheen niet tot categorie C behoorde;
Behoort tot categorie A: de persoon met een handicap die niet behoort tot de categorie B, noch tot de categorie C.
5. Inkomsten
Alle inkomens, ongeacht hun aard of oorsprong, waarover de persoon met een handicap en eventueel de persoon met wie hij een huishouden vormt, beschikken, worden in aanmerking genomen.
Er wordt echter geen rekening gehouden, met het inkomen van de leden van het huishouden van de persoon met een handicap die zijn bloed- of aanverwant zijn in de eerste, tweede of derde graad.
Opgelet! Elke inkomenswijziging moet binnen de drie maanden meegedeeld worden. Deze mededeling gebeurt met een gewone brief of via het formulier 1 dat u kan terugvinden bij uw gemeentelijke administratie.
Voor de berekening van het inkomen wordt er geen rekening gehouden met:
• de gezinsbijslagen;
• de uitkeringen die verband houden met openbare of private bijstand;
• de onderhoudsgelden tussen ascendenten en descendenten;
• de frontstrepen- en gevangenschapsrenten en de renten verbonden aan een nationale orde op grond van een oorlogsfeit;
• de tegemoetkomingen aan personen met een handicap toegekend aan de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt;
• het vakantiegeld en het aanvullend vakantiegeld;
• de vergoedingen die in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen toegekend worden aan de persoon met wie de persoon met een handicap een huishouden vormt;
• het deel van het pensioen dat overeenstemt met het bedrag van het aan de echtgenoot of ex-echtgenoot betaalde onderhoudsgeld door de van tafel en bed gescheiden, de feitelijk of uit de echt gescheiden persoon met een handicap die een pensioen geniet, indien de verplichting tot het betalen van een onderhoudsgeld bij gerechtelijke beslissing werd vastgesteld.
• de vergoedingen die door de Duitse overheid bij wijze van schadeloosstelling worden betaald voor de gevangenhouding tijdens de tweede wereldoorlog.
De vergoedingen die in het kader van vrijwilligerswerk ontvangen worden, voor zover deze vergoedingen de bedragen, vastgesteld door de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, niet te boven gaan.
Worden als inkomsten beschouwd:
• de beroepsinkomsten, als werknemer of zelfstandige, van de persoon met een handicap of van de persoon met wie hij een huishouden vormt. Principieel wordt in aanmerking genomen: het belastbaar beroepsinkomen van het 2de kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de beslissing betreffende het recht op de tegemoetkoming uitwerking heeft.
• 90% van het pensioen effectief betaald aan de persoon met een handicap of aan de persoon waarmee hij een huishouden vormt wordt toegekend.
• onroerende goederen
• Een bedrag van 1.500,00 EUR van het globaal kadastraal inkomen van de bebouwde onroerende goederen die de persoon met een handicap of de persoon met wie hij een huishouden vormt in volle eigendom of in vruchtgebruik bezitten, wordt vrijgesteld. Dit bedrag wordt verhoogd met 250,00 EUR voor elk kind ten laste. Er wordt wel rekening gehouden met het niet vrijgestelde gedeelte van het totaal kadastraal inkomen vermenigvuldigd met drie.
• Als de persoon met een handicap of de persoon met wie hij een huishouden vormt slechts de volle eigendom of het vruchtgebruik bezitten van onbebouwde onroerende goederen wordt een bedrag van 60,00 EUR van het kadastraal inkomen vrijgesteld. Er wordt wel rekening gehouden met het niet vrijgestelde gedeelte van het totaal kadastraal inkomen vermenigvuldigd met negen.
• Wanneer het onroerend goed met een hypotheek is bezwaard mag het bedrag dat in aanmerking wordt genomen ter berekening van de inkomsten verminderd worden met het jaarlijks bedrag der hypothecaire intresten op voorwaarde dat het gaat om schulden aangegaan voor eigen behoeften van de persoon met een handicap of van de persoon met wie hij een huishouden vormt en dat de aan het ontleende kapitaal gegeven bestemming bewezen wordt. Daarnaast moet ook het bewijs geleverd worden dat de hypothecaire intresten eisbaar waren en werkelijk werden betaald voor het jaar dat datgene van de ingangsdatum van de beslissing voorafgaat.
• roerende kapitalen : 6 % van de al dan niet belegde roerende kapitalen wordt in rekening gebracht.
• afstand van roerende of onroerende goederen om niet of onder bezwarende titel: wanneer de afstand gebeurt in de loop van de 10 jaren vóór de datum waarop de aanvraag om tegemoetkoming uitwerking heeft dan wordt een forfaitair inkomen in rekening gebracht op basis van de verkoopwaarde. Dit forfaitair inkomen is gelijk aan 6 % van de verkoopwaarde.
In geval van afstand onder bezwarende titel van roerende of onroerende goederen, worden de persoonlijke schulden van de aanvrager of van de persoon met wie hij een huishouden vormt, die dateren van vóór de afstand en die werden afgelost met de opbrengst van de afstand, afgetrokken van de verkoopwaarde van de afgestane goederen, op het ogenblik van de afstand.
In geval van afstand onder bezwarende titel van roerende of onroerende goederen en onverminderd de bepalingen van voorgaande alinea, wordt van de verkoopwaarde van de goederen een jaarlijkse vrijstelling van 1.500,00 EUR afgetrokken. Deze aftrekbare vrijstelling wordt berekend in verhouding tot het aantal maanden begrepen tussen de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de afstand en de datum waarop de aanvraag om tegemoetkoming uitwerking heeft. Indien de aanvrager of de persoon met wie hij een huishouden vormt meerdere afstanden heeft verricht, mag de vrijstelling slechts eenmaal voor dezelfde periode worden toegepast.
Opgelet! De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden is een aanvullend inkomen. De bejaarde met een handicap is ertoe gehouden zijn recht op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) en op een rust- en overlevingspensioen te doen gelden.
Ter herinnering: de persoon met een handicap die vóór 65 jaar een aanvraag tot het beko¬men van een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of een integratietegemoetkoming heeft ingediend geniet ook na zijn 65ste verjaardag van deze tegemoetkomingen behalve wanneer de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden gunstiger is.
Handicap
Om van de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden te kunnen genieten moet een gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid vastgesteld zijn.
De persoon met een handicap wordt opgeroepen om zich aan te bieden voor een onderzoek. De persoon met een handicap die zich niet kan verplaatsen wordt thuis onderzocht.
In bepaalde omstandigheden moet de persoon met een handicap geen onderzoek ondergaan. De erkenning van de handicap gebeurt dan op basis van bestaande gedetailleerde verslagen. Deze verslagen mogen maximaal 6 maanden oud zijn. Dit wordt ook wel een onderzoek op stukken genoemd.
De persoon vraagt, in samenspraak met zijn arts, een onderzoek op stukken. Het moet wel gaan om een aandoening waarvoor nog geen aanvraag werd ingediend.
Op het formulier 3 & 4 is een speciaal vak voorzien voor de procedure “onderzoek op stukken”. Dit vak moet door de aanvrager en zijn behandelende arts ingevuld worden.
De persoon heeft op het ogenblik van het indienen van de aanvraag de leeftijd van 80 jaar nog niet bereikt.
De persoon is getroffen door hetzij:
• een levensbedreigende aandoening en bevindt zich in het stadium van de palliatieve zorgen;
• een aandoening die het zeer moeilijk maakt om de activiteiten van het dagelijkse leven te vervullen (zich verplaatsen, eten klaarmaken, huishoudelijke taken verrichten,…) en waarvoor een zware behandeling noodzakelijk is. Een genezing of verbetering van de aandoening blijft ondanks de zware behandeling, onzeker.
De persoon heeft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag de leeftijd van tachtig jaar bereikt.
De persoon is getroffen door een aandoening die volgens de artsen een grote weerslag heeft op de zelfredzaamheid.
Voor de berekening van de graad van zelfredzaamheid worden in aanmerking geenomen:
• de mogelijkheid om zich te verplaatsen;
• de mogelijkheid om zijn voeding te nuttigen of te bereiden;
• de mogelijkheid om voor zijn persoonlijke hygiëne in te staan en zich te kleden;
• de mogelijkheid om de woning te onderhouden en huishoudelijk werk te verrichten;
• de mogelijkheid om te leven zonder toezicht en het gevaar te kunnen vermijden;
• de mogelijkheid tot communicatie en sociaal contact.
De geneesheer zal voor elke functie onderzoeken welke moeilijkheden de betrokken persoon ondervindt. Er kunnen 4 mogelijke antwoorden verstrekt worden, nl.:
• geen moeilijkheden, geen bijzondere inspanning of geen bijzondere hulpmiddelen: 0 punten worden toegekend;
• beperkte moeilijkheden, beperkte bijkomende inspanning of beperkt beroep op bijzondere hulpmiddelen: 1 punt wordt toegekend;
• grote moeilijkheden, grote bijkomende inspanningen of uitgebreid beroep op bijzondere hulpmiddelen: 2 punten worden toegekend;
• onmogelijk zonder hulp van derden, zonder opvang in een aangepaste voorziening of zonder volledig aangepaste omgeving: 3 punten worden toegekend.
De punten worden opgeteld en naargelang dit totaal wordt de persoon met een handicap ondergebracht in één categorie:
• 7 tot 8 punten: categorie 1
• 9 tot 11 punten: categorie 2
• 12 tot 14 punten: categorie 3
• 15 tot 16 punten: categorie 4
• 17 tot 18 punten: categorie 5
Minder dan 7 punten geeft geen recht op de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden.
BEDRAG VAN DE TEGEMOETKOMING
Het bedrag van de tegemoetkoming is afhankelijk van de uitslag van de evaluatie van de graad van zelfredzaamheid. Naargelang van deze uitslag onderscheidt men vijf categorieën (bedragen van toepassing op 1 oktober 2007)
| CATEGORIE | Per jaar in EURO | Per maand in EURO |
Categorie 1 |
854,61 |
71,22 |
Deze bedragen zijn indexgebonden.
Opgelet Sinds 1 januari 2003 wordt de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden niet meer verminderd bij opname in een instelling. De persoon zal dan een volledige tegemoetkoming ontvangen.
Geen enkele tegemoetkoming wordt uitbetaald in geval van opsluiting in een gevangenis of internering in een instelling voor sociaal verweer.
HOE EEN TEGEMOETKOMING AANVRAGEN?
Belangrijk: voor het vervullen van de administratieve formaliteiten kan de persoon met een handicap zich laten vertegenwoordigen door een persoon die hij daartoe speciaal machtigt. Deze persoon moet meerderjarig zijn en houder van een volmacht.
De tegemoetkoming moet aangevraagd worden in de gemeente waar de persoon met een handicap in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister is ingeschreven. De aan¬vraag kan ten vroegste ingediend worden op de dag dat men 65 wordt.
De tegemoetkoming moet aangevraagd worden in de gemeente waar de persoon met een handicap in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister is ingeschreven. De aanvraag kan ten vroegste ingediend worden op de dag dat men 65 wordt.
Sinds 1 juli 2006 gebeurt de aanvraag volledig elektronisch.
De toepassing van een bijzonder systeem, Communite genoemd, laat aan bepaalde ambtenaren van de gemeentebesturen toe om de aanvragen elektronisch door te sturen naar de gegevensbestanden van de Directie-generaal Personen met een handicap. De identiteit en authenticiteit van die ambtenaren wordt bewezen aan de hand van hun elektronische identiteitskaart.
Deze aanvragen worden onmiddellijk geregistreerd, de identificatiegegevens van de persoon met een handicap en de samenstelling van het huishouden worden op dat moment uit het rijksregister gehaald. Enkele seconden daarna zal het gemeentebestuur de bevestiging ontvangen dat de aanvraag goed geregistreerd werd, samen met de verschillende formulieren, reeds voorzien van de identificatiegegevens, die overhandigd moeten worden aan de aanvragers.
De persoon met een handicap kan ook, op dezelfde wijze, een nieuwe aanvraag indienen bij zijn gemeentebestuur wanneer er een nieuw element is dat aanleiding kan geven tot de toekenning of de verhoging van de tegemoetkoming.
BEHANDELING VAN DE AANVRAAG
Wanneer de aanvraag geregistreerd is, wordt het dossier onderworpen aan een administratief onderzoek en desgevallend vindt ook een medisch onderzoek van de persoon met een handicap plaats.
Dit medisch onderzoek wordt verricht door een arts van de Medische dienst van de FOD Sociale Zekerheid of door een erkende arts. De persoon met een handicap die zich niet kan verplaatsen wordt in zijn woonplaats onderzocht. Een onderzoek op stukken is eveneens mogelijk indien aan de hiervoor vermelde voorwaarden is voldaan.
De Dienst voor tegemoetkomingen aan personen met een handicap beslist daarna over het toekennen en over het bedrag van de toegekende tegemoetkoming. Kennisgeving ervan aan de persoon met een handicap gebeurt per brief.
MELDINGSPLICHT EN TERUGVORDERING
1. Meldingsplicht
Opgelet: De wijzigingen van de gegevens die eveneens in het rijksregister voorkomen moeten door de persoon met een handicap niet aan de Directie-generaal Personen met een handicap gemeld worden voor zover hij deze heeft meegedeeld aan de gemeenteadministratie.
De persoon met een handicap is verplicht om binnen de 3 maanden alle nieuwe elementen die aanleiding kunnen geven tot vermindering of opheffing van de tegemoetkoming mee te delen. Deze mededeling gebeurt via een gewone brief.
• Als deze informatie binnen de 3 maanden wordt meegedeeld dan heeft de beslissing die aanleiding geeft tot een vermindering geen terugwerkende kracht en zal de persoon met een handicap geen terugbetaling moeten doen van onverschuldigd betaalde sommen.
• Deelt de persoon met een handicap het element niet mee, of slechts na het verstrijken van 3 maanden, dan zal de dienst een ambtshalve herziening uitvoeren en de onverschuldigde betalingen worden teruggevorderd.
2. Terugvordering
Ten onrechte betaalde tegemoetkomingen worden door de Staat teruggevorderd. Er zal niet overgegaan worden tot de terugvordering van een onterecht betaald bedrag als de persoon met een handicap ondertussen overleden is, de beslissing tot terugvordering op dat ogenblik nog niet werd betekend en het bedrag niet verworven werd door middel van fraude.
Als er op het moment van het overlijden van de persoon met een handicap nog niet uitbetaalde tegemoetkomingen bestaan dan zal de terugvordering gebeuren op de vervallen tegemoetkomingen die nog niet werden uitbetaald.
Er wordt niet ambtshalve verzaakt indien de persoon met een handicap arglist, bedrog of bedrieglijke handelingen heeft gepleegd of als op het moment van het overlijden van de betrokkene er vervallen en nog niet uitbetaalde achterstallen bestaan.
BEROEP
Indien de persoon met een handicap van mening is dat de door de overheid genomen beslissing onjuist is, kan hij of zij deze beslissing voor de arbeidsrechtbank aanvechten. De zaak moet dan wel aanhangig worden gemaakt binnen een ter¬mijn van 3 maanden na betekening van de beslissing.
UITBETALING
De tegemoetkomingen worden per maand en per twaalfden uit¬be¬taald aan de persoon met een handicap of aan diens wettelijke vertegenwoordiger. De uitbetaling van de tegemoetkomingen wordt uitgevoerd door overschrijving op een rekening bij een financiële instelling (of de post) die werd geopend op naam van de persoon met een handicap of waarvan hij medetitularis is..
Als de gerechtigde wenst dat de betaling per postassignaties gebeurt dan zal hij daar uitdrukkelijk om moeten vragen en zijn verzoek moeten motiveren. Dit is echter de uitzondering en niet de regel.
De termijn tussen de ingangsdatum van een tegemoetkoming en de eerste dag van de maand waarin de betaling wordt ver¬richt, mag niet hoger zijn dan 8 maanden. In geval van overschrijding van deze termijn zijn er verwijlinteresten verschuldigd.
In geval van overlijden van de gerechtigde op een tegemoetkoming worden de vervallen en niet uitbetaalde termijnen, met inbegrip van de uitkering voor de maand van overlijden, van ambtswege uitbetaald aan de echtgenoot of aan de persoon met wie de gerechtigde een huishouden vormde.
Bij ontstentenis van hierboven bedoelde echtgenoot of persoon geschiedt de uitbetaling van de vervallen en niet uitbetaalde termijnen, met inbegrip van de uitkering voor de maand van overlijden voor zover de gerechtigde niet overleden was op de in het nationaal compensatiesysteem geldende uitvoeringsdatum of, bij betaling via postassignatie, op de uitgiftedatum ervan, volgens een bepaalde rangorde:
1° aan de kinderen met wie de gerechtigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;
2° aan de vader en de moeder met wie de gerechtigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;
3° aan ieder persoon met wie de gerechtigde leefde op het ogenblik van zijn overlijden;
4° aan de persoon die tussenbeide kwam in de verplegingskosten;
5° aan de persoon die de begrafeniskosten betaalde.
De tegemoetkomingen zijn vrijgesteld van belastingen, en moeten bijgevolg niet aan de contro¬leur der belastingen worden aan¬gegeven.
FOD Sociale Zekerheid
Directie-generaal Personen met een handicap
Zwarte Lievevrouwstraat, 3c
1000 BRUSSEL
Contact Center: 02/507.87.99
HandiN@minsoc.fed.be
http://www.handicap.fgov.be
HANDITEL
24/24 uur en 7 dagen op 7
Nederlands 02/548.08.10
In het Frans 02/548.08.00
In het Duits 02/548.08.20
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |


















