"Organiseren van leerlingenvervoer”
De overheid komt tussen in de reiskosten van leerlingen in het buitengewoon onderwijs van hun woon-, verblijfplaats of vaste opstapplaats naar de dichtstbijzijnde vrije-keuzeschool of vestigingsplaats.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
![]() |
Ziekenzorg-CM Werking voor chronisch zieken |
![]() |
VAPH Wie kan een beroep doen op het VAPH? |
![]() |
VDAB Wat als je een arbeidshandicap hebt |
![]() |
Sociale Zekerheid gehandicaptenbeleid in België |
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
Algemene bepalingen m.b.t. leerlingenvervoer
Definities
Rechthebbende leerling: is deze leerling die recht heeft op tussenkomst van de overheid in zijn vervoerskosten.
Afstand: de kortst mogelijke afstand tussen de vaste opstapplaats/ woonplaats/ verblijfplaats van de leerling en de onderwijsinstelling.
Vestigingsplaats: gebouw of gebouwencomplex waarin een school of een gedeelte van een school gehuisvest is.
School: pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt onder leiding van één directeur.
Collectief (gemeenschappelijk) leerlingenvervoer: organiseren van leerlingenvervoer met een voertuig met meer dan zes plaatsen, die van de bestuurder niet inbegrepen.
Voor alle informatie omtrent de administratieve bepalingen bij de organisatie van geregeld vervoer, bijzondere vormen van geregeld vervoer, vervoer voor eigen rekening en ongeregeld vervoer wendt u zich tot:
Voor het Vlaams Gewest
Departement Mobiliteit en Openbare Werken Afdeling Beleid Mobiliteit en Verkeersveiligheid t.a.v. Josée De Kock Graaf de Ferrarisgebouw Koning Albert II-laan 20, bus 2 1000 Brussel tel 02.553.78.63 |
Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Bestuur Uitrusting en Vervoer Communicatie Center Noord t.a.v. Françoise Lodens Vooruitgangsstraat 80, bus 2 1035 Brussel Tel 02.204.18.01 Fax 02.204.15.21
|
Verkeer en veiligheid
De bestuurder moet zich volledig gedragen naar het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer (K.B. van 15-9-1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer).
Veiligheid bij de schoolpoort
Een belangrijk veiligheidsbeginsel is dat de schoolpoort vrij moet blijven. Gelieve de ouders en de schoolbuschauffeurs te verzoeken de kinderen derhalve op enige afstand van de schoolpoort te laten uitstappen. Dit laatste gebeurt op dezelfde stoep als die waarlangs zich de ingang van de school bevindt. Is dit om welke reden dan ook niet mogelijk, dan steken de kinderen over op het zebrapad voor en bij de ingang.
De halteplaats van de schoolbus mag zich niet vlak voor de schoolingang bevinden.
In geval van gemeenschappelijk leerlingenvervoer voor meerdere scholen, die op loopafstand van elkaar liggen, zullen de betrokken inrichtingshoofden overleg plegen om te onderzoeken wat de veiligste oplossing is:
- ofwel de schoolbussen één na één te laten stoppen nabij elke school;
- ofwel de kinderen in rang begeleiden naar een veilige opstapplaats, b.v. op een parking of een plein, waar alle schoolbussen naast elkaar in volgorde van hun nummer wachten op de kinderen van de betrokken scholen.
Haltes voor het leerlingenvervoer
Ook de haltes onderweg dienen zo gekozen te worden dat de kinderen veilig kunnen op- en afstappen, rekening houdend met de volgende richtlijnen:
Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de halte van de openbare autobusdienst, dit evenwel zonder de voertuigen van deze geregelde vervoerdienst te hinderen.
Haltes mogen niet ingericht worden op plaatsen waar, ten opzichte van de gevolgde verkeersrichting, een witte ononderbroken streep op het wegdek is aangebracht, tenzij de voertuigen die dezelfde richting als de autobus volgen, links kunnen voorbijrijden zonder die witte streep te overschrijden. Dit geldt tevens voor plaatsen waar wegmarkeringen in een voorselectie (richtingspijlen) m.b.t. te volgen richtingen voorzien.
Op de plaatsen waar twee wegen elkaar kruisen of waar een zijweg op de door de autobus gevolgde weg rechts uitmondt, dienen de haltes in de beide verkeersrichtingen voorbij het kruispunt gevestigd, op 20m van de rand van de rijbaan van de zijweg. Dit principe geldt ook voor de met verkeerslichten uitgeruste kruispunten.
Indien de autobus een hoofdweg verlaat om een minder belangrijke weg in te slaan of omgekeerd en nabij de betrokken kruisweg een halte wordt voorzien, dient deze gevestigd op de minst belangrijke baan, op 20m van de rand van de hoofdweg.
In de nabijheid van een brug of een helling moet de halte ten opzichte van de gevolgde verkeersrichting op een redelijke afstand voorbij de brug of de helling worden gevestigd.
Haltes mogen niet voorzien worden onder bruggen of in tunnels, en op minder dan 20m voor die plaatsen waar verkeersborden zijn aangebracht.
Waar fietspaden naast de rijweg zijn gelegen, moet bijzondere aandacht worden besteed aan het niet hinderen van de fietspadgebruikers. Bij voorkeur moet worden vermeden op dergelijke plaatsen een halte in te richten.
In het algemeen moet rekening worden gehouden met alle signalisatie die werd aangebracht krachtens de bepalingen van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer (wegcode) en met de aanwijzingen en bevelen van de bevoegde personen en gelet op duidelijk waarneembare gevaarstoestanden.
Zowel de eventuele begeleider als de chauffeur moeten zeer oplettend zijn bij het in- en uitstappen van de leerlingen. Het is aan te raden een schoolbusreglement op te stellen, zowel voor de leerlingen als voor de begeleider, waarin na overleg met de ouders wordt bepaald waar de verantwoordelijkheid van de school, de begeleider en de ouders begint en eindigt. De ouders moeten duidelijk geïnformeerd worden waar en wanneer de schoolbus stopt in hun buurt.
Het schoolbusreglement omvat best zoveel mogelijk aspecten met betrekking tot verkeer, veiligheid en busbegeleiding en vormt een onderdeel van het algemeen schoolreglement.
Rookverbod in schoolbussen.
Het roken in een schoolbus is verboden. Het komt de inrichtende machten en hun aangestelden toe gepast gevolg te geven aan dergelijke klachten.
Zij kunnen efficiënt optreden krachtens het K.B. 15-9-1976 houdende reglement op de politie van personenvervoer per tram, pre-metro, metro, autobus en autocar, art. 32, 3° en art. 35, 10°. Ingevolge dit K.B. is het verboden te roken in het voertuig, zelfs terwijl het zich aan de halte bevindt of parkeert, tenzij in een speciale rokersafdeling of wanneer het verbod door de minister van Verkeerswezen werd opgeheven voor diensten van bijzondere aard.
BUITENGEWOON ONDERWIJS
-
Vervoer door de school voor buitengewoon onderwijs:
Voor het buitengewoon onderwijs is het het departement Onderwijs en Vorming dat het leerlingenvervoer organiseert. Dat busvervoer is gratis. De leerling moet hiervoor wel naar de dichtstbijzijnde erkende school van het gekozen net gaan.
Meer info terzake vindt u bij de school van uw keuze. -
Vervoer door het internaat of semi-internaat
Veel scholen voor buitengewoon onderwijs zijn verbonden aan een door het VAPH erkend en gesubsidieerd internaat of semi-internaat. Organiseert dat (semi-)internaat het vervoer van en naar de school, dan krijgt het hiervoor subsidies van het VAPH en mag het bijgevolg geen extrakosten aanrekenen.
Algemene bepalingen
Ouders hebben de vrije keuze tussen een school/vestigingsplaats voor buitengewoon onderwijs uit één van de volgende groepen:
- het Gemeenschapsonderwijs;
- het gesubsidieerd officieel onderwijs;
- het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheidene godsdiensten;
- het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs (dus niet gebaseerd op een erkende godsdienst).
Binnen het buitengewoon onderwijs bestaat er geen “redelijke afstand”. Alle leerlingen die de dichtstbijzijnde school van hun keuze (zie groepen) bezoeken, zijn rechthebbende leerlingen. Het vervoer is voor rechthebbende leerlingen gratis.
Er is een tussenkomst voor:
- het vervoer van een verblijfplaats, tehuis, pleeggezin of vaste opstapplaats naar de dichtstbijzijnde school/vestigingsplaats;
- het vervoer van een verblijfplaats of vaste opstapplaats naar het tehuis, instituut/internaat of pleeggezin.
Leerlingen die omwille van co-ouderschap recht hebben op leerlingenvervoer naar de ene ouder, krijgen ook recht op leerlingenvervoer naar de andere ouder. Bij collectief vervoer geldt als voorwaarde dat deze tweede opstapplaats bediend moet worden.
Leerlingen geplaatst door de Jeugdrechter of de Bijzondere Jeugdbijstand hebben recht op kosteloos vervoer.
De overheid komt tussen in de reiskosten van leerlingen in het buitengewoon onderwijs van hun woon-, verblijfplaats of vaste opstapplaats naar de dichtstbijzijnde vrije-keuzeschool of vestigingsplaats. Hierbij wordt rekening gehouden met een voor de leerling geschikt onderwijs, d.w.z.:
- het type in het buitengewoon basisonderwijs;
- de opleidingsvorm en het type in het buitengewoon secundair;
- de aanwezigheid van auti- werking binnen het type en /of opleidingsvorm;
- indien nodig, de aanwezigheid van een internaat.
Vanaf het schooljaar 2006 - 2007 behouden de leerlingen de status van rechthebbendheid:
- wanneer deze leerlingen een afwijking hebben verkregen omwille van een geldige reden, en dit voor het niveau basisonderwijs of het niveau secundair onderwijs, op voorwaarde dat de leerling ondertussen niet verhuist of van school verandert.
- voor de studies die zij hebben aangevat op het niveau van het basisonderwijs;
- voor de studies die zij hebben aangevat op het niveau van het secundair onderwijs;
- indien door het financieren of subsidiëren van een nieuwe school, opleiding of type de criteria van meest dichtbij gelegen school niet meer zouden beantwoorden aan de realiteit;
- indien in een school binnen een opleidingsvorm een bepaalde opleiding volledig verhuist naar een andere vestigingsplaats;
- indien in een school een type volledig verhuist naar een andere vestigingsplaats;
- indien een leerling tijdens de loopbaan van type of opleiding of opleidingsniveau verandert, op voorwaarde dat de leerling ondertussen niet verhuist of van school verandert;
Rechthebbende leerlingen die ingevolge een verhuis niet meer de dichtstbijzijnde school bezoeken, krijgen een afwijking voor het lopende schooljaar. Dit geldt ook voor de niet- rechthebbende leerlingen die op de afstreeplijst staan.
Leerlingen zonder recht op vervoer, die een broer/zus hebben die van het collectief leerlingenvervoer gebruik maakt, kunnen mee onder volgende 3 voorwaarden:
· Tegen betaling (overeenkomstig de tarieven van De Lijn)
· Mits vermelding op de afstreeplijst als een broer of zus
· Mits deze leerling naar dezelfde of nabijgelegen campus gaat (eenzelfde afstapplaats) als zijn broer of zus en gebruik maakt van eenzelfde opstapplaats als broer of zus om zich naar school te begeven
Dit gebruik is beperkt tot het einde van het onderwijsniveau van deze leerlingen.
Worden als broer en zus beschouwd:
- effectieve broers en zussen (hebben 2 gemeenschappelijke ouders) al dan niet wonend op hetzelfde adres;
- halfbroers en halfzussen (hebben één gemeenschappelijke ouder) al dan niet wonend op hetzelfde adres;
- kinderen die onder hetzelfde dak wonen maar geen gemeenschappelijke ouder(s) hebben.
Specifieke bepalingen m.b.t. het Bu.S.O., opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4.
Vanaf het 4de leerjaar van opleidingsvorm 3 / opleidingsvorm 4 moeten de leerlingen zich zelfstandig naar de school of het internaat begeven. De verplaatsing gebeurt met een eigen vervoermiddel of met het openbaar vervoer. Van deze regel wordt afgeweken indien het leerlingen betreft met:
- een ernstige motorische handicap;
- een attest type 6 of 7;
- of indien de bezochte school en/of internaat meer dan 2 km van de dichtstbijgelegen stopplaats van het openbaar vervoer is verwijderd.
In volgende gevallen zal de commissie leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs toelating geven om gebruik te maken van het collectief leerlingenvervoer voor leerlingen uit Bu.S.O., opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4:
- de afstand woonplaats-opstapplaats openbaar vervoer meer dan 500 meter bedraagt;
- de afstand school-opstapplaats openbaar vervoer meer dan 500 meter bedraagt;
- de verplaatsingstijd van de woonplaats naar de school en vice versa meer bedraagt dan een uur;
- de wachttijd op de school of op de opstapplaats meer bedraagt dan een half uur;
- er twee overstapplaatsen zijn;
- er onvoldoende garanties zijn van de capaciteit van het voertuig om alle leerlingen die zich aan de opstapplaats bevinden mee te vervoeren;
- er elementen van psycho-sociale aard aanwezig zijn waardoor het gebruik van het openbaar vervoer een negatieve invloed zou hebben op de leerling. Dit wordt bepaald door de klassenraad, bijgestaan door het begeleidend CLB;
- het gebruik van het openbaar vervoer wordt verboden op basis van een medisch attest;
Deze vooropgestelde lijst is niet limitatief.
Specifieke bepalingen m.b.t. leerlingen in het geïntegreerd onderwijs (GON-leerlingen).
Leerlingen met een handicap die ingeschreven zijn in het gewoon onderwijs vallen binnen de toepassingssfeer van de reglementering leerlingenvervoer voor het gewoon onderwijs.
Internaat en externaat/semi-internaat.
De leerlingen in het buitengewoon onderwijs, opgenomen onder het regime van semi-internaat, worden beschouwd als externe leerlingen.
Indien ouders kiezen voor een internaat wordt een leerling rechthebbend wanneer hij het dichtstbijzijnde internaat bezoekt.
Commissie leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs, de CLBO
Vanaf het schooljaar 2007 - 2008 is een Commissie Leerlingenvervoer Buitengewoon Onderwijs opgericht.
Deze commissie bestaat uit de verschillende actoren betrokken bij het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs. Deze commissie heeft onder meer taken bij de concrete toepassing van de regelgeving, zoals aanvragen tot afwijkingen voor OV3 en OV4 type 3;
Concrete vervoersdossiers worden aan deze commissie bezorgd via het adres:
Departement Onderwijs en Vorming
afdeling Ondersteuningsbeleid
Cel leerlingenvervoer
Koning Albert II-laan 15
1210 Brussel.
De commissie komt 5 maal per jaar samen, en ook indien de noodzaak zich voordoet.
bepalen van het recht op leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs
Het recht op leerlingenvervoer wordt bepaald vooraleer de leerling op de bus stapt.
De aanvragen voor recht op collectief leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs gebeuren via een webapplicatie.
Een aanvraag kan goedgekeurd of geweigerd worden:
Ingeval van weigering
De school ontvangt een e-mail met een gemotiveerde reden van weigering. Deze feedback kan de school vinden in de mail (pdf als bijlage) of in de detaillijst van aanvragen in de webapplicatie zelf.
Ingeval van goedkeuring
De school ontvangt een e-mail met een officiële goedkeuring. - Heeft de goedkeuring betrekking op individueel vervoer dan is deze e-mail het document waarmee een abonnement kan worden bekomen.
Heeft de goedkeuring betrekking op collectief vervoer dan is deze email het document dat aan de provinciale entiteit van De Lijn wordt bezorgd.
De applicatie laat toe gemotiveerde afwijkingen aan te vragen. De volgende afwijkingen zijn mogelijk:
· afmaken niveau
· jeugdrechtbank / bijzondere jeugdzorg
· internaat
· school volzet
· autiwerking
· andere: tweede opstapplaats, co-ouderschap, verhuis van een leerling, ...
De applicatie laat toe de afwijking te omschrijven of de vereiste bijlage toe te voegen (inscannen indien niet digitaal).Het coördinatiepunt behandelt het dossier tot gemotiveerde afwijking:
• Het coördinatiepunt geeft een gemotiveerd akkoord. De leerling heeft recht op leerlingenvervoer.
• Het coördinatiepunt geeft geen akkoord. De leerling heeft geen recht op leerlingenvervoer.
Voor informatie m.b.t. de applicatie die het recht op leerlingenvervoer bepaalt voor leerlingen in het buitengewoon onderwijs:
mail: leerlingenvervoer@vlaanderen.be
Leerlingen die gedurende minstens 1 jaar aan het collectief vervoer deelnemen en overstappen naar het openbaar vervoer krijgen automatisch een abonnement (De Lijn, NMBS, MIVB). De scholen attenderen het coördinatiepunt wanneer dit het geval is.
Algemene bepalingen individueel vervoer
Onder individueel vervoer wordt verstaan:
- de wijze van verplaatsingen van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs in voertuigen met minder dan zeven plaatsen, de zitplaats van de chauffeur niet inbegrepen;
- de wijze van individuele verplaatsingen van leerlingen uit het buitengewoon onderwijs met een openbaar vervoermiddel;
- de wijze van individuele verplaatsingen van leerlingen uit het gesubsidieerd basisonderwijs.
Voor het individueel vervoer wordt de woonplaats of de verblijfplaats in aanmerking genomen voor het bepalen van de afstand tot de school/vestigingsplaats of het internaat.
Een aanvraag voor individueel vervoer sluit in principe een aanvraag voor collectief vervoer uit.
Voor het individueel vervoer geldt de verblijfplaats van de leerling als basis voor het berekenen van het recht op leerlingenvervoer.
Vervoer van en naar de voorziening
Vervoer van en naar de voorziening
Verblijft uw - 21-jarige zoon of dochter in een semi-internaat of maakt u gebruik van een dagcentrum, dan bestaat de mogelijkheid om een beroep te doen op door de voorziening georganiseerd vervoer van en naar huis. Dat vervoer is dan wel betalend. Neem hiervoor contact op met het VAPH.
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |


















