Tegemoetkomingen van de Federale Overheid
Personen met een handicap die een tegemoetkoming krijgen, kunnen genieten van een verhoogde terugbetaling (regeling van de verhoogde tegemoetkoming of voorkeursregeling) voor hun medische kosten.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
DE VERHOOGDE KINDERBIJSLAG VOOR KINDEREN VAN PERSONEN MET EEN HANDICAP
A. Toekenningsvoorwaarden
De persoon met een handicap die geen recht op kinderbijslag kan openen als loontrekkende of als zelfstandige en die in het kader van de wetgeving betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap het genot heeft van een inkomensvervangende tegemoetkoming, van een tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden of van een integratietegemoetkoming die overeenstemt met een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten, heeft recht op de verhoogde kinderbijslag voor kinderen van arbeidsongeschikte werknemers, en dit voor de kinderen die deel uitmaken van zijn gezin.
De kinderbijslag wordt betaald door de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers.
B. Bedragen
De basiskinderbijslag bedraagt:
- 1e kind: 77,05 EUR
- 2e kind: 142,58 EUR
- 3e kind: 212,87 EUR
De toeslag voor kinderen van arbeidsongeschikte werknemers bedraagt:
- 1e kind: 84,40 EUR
- 2e kind: 24,31 EUR
- 3e kind: 4,27 EUR
De totale kinderbijslag bedraagt dus
1e kind: 161,45 EUR
2e kind: 166,89 EUR
3e kind: 217,14 EUR
(bedragen op 1 augustus 2005).
DE BASISKINDERBIJSLAG VOOR NIET MEER LEERPLICHTIGE KINDEREN MET EEN AANDOENING OF MET EEN HANDICAP
A. TOT DE LEEFTIJD VAN 21 JAAR
De kinderen met een aandoening of met een handicap kunnen tot 21 jaar genieten van de basiskinderbijslag.
De bevoegde instelling is het kinderbijslagfonds of de instelling die gewoonlijk de kinderbijslag toekent.
Het recht op deze basiskinderbijslag wordt geopend voor zover aan administratieve en medische voorwaarden is voldaan. Het gaat om dezelfde voorwaarden zoals bepaald met betrekking tot de bijkomende kinderbijslag voor kinderen met een aandoening of met een handicap.
B. NA DE LEEFTIJD VAN 21 JAAR
- Tot de leeftijd van 25 jaar kunnen deze kinderen kinderbijslag blijven ontvangen, indien ze aan de algemene voorwaarden voldoen om rechtgevend te zijn, namelijk: verbonden zijn door een leerovereenkomst, onderwijs volgen of een stage doorlopen om in ambt te kunnen worden benoemd, een eindverhandeling voorbereiden bij het einde van hogere studiën of ingeschreven zijn als jonge werkzoekende.
- Het rechtgevend kind dat 21 jaar is geworden voor 1 juli 1987 blijft kinderbijslag genieten zonder enige leeftijdsbeperking, indien blijkt dat het volledig ongeschikt is om enig beroep uit te oefenen wegens zijn lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of indien het getroffen is door een arbeidsongeschiktheid van ten minste 66 % en aan bepaalde voorwaarden voldoet, hoofdzakelijk die van tewerkgesteld te zijn in een beschutte werkplaats.
De bedragen worden regelmatig aangepast, voor meer inlichtingen Handin@minsoc.fed.be
DE BIJKOMENDE KINDERBIJSLAG VOOR KINDEREN MET EEN AANDOENING OF MET EEN HANDICAP
A. Principe
De kinderen van 0 tot 21 jaar met een aandoening of met een handicap kunnen genieten van een bijkomende kinderbijslag.
De bevoegde instelling is het kinderbijslagfonds of de instelling die gewoonlijk de kinderbijslag toekent.
Het recht op bijkomende kinderbijslag wordt geopend voor zover aan administratieve en medische voorwaarden is voldaan.
B. Toekenningsvoorwaarden
1. Administratieve criteria
Bij de ontvangst van de aanvraag gaat de instelling die gewoonlijk de kinderbijslag toekent na of het kind beantwoordt aan de volgende administratieve criteria:
- het kind mag nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;
- het mag geen beroep uitoefenen waardoor het onder het stelsel van de sociale zekerheid valt (met uitzondering van de beroepsbedrijvigheid binnen het kader van een leercontract of in een beschutte werkplaats);
Bovendien mag het kind geen sociale uitkering genieten, bij toepassing van een Belgische of een buitenlandse regeling betreffende arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid, die haar oorsprong vindt in de uitoefening van een activiteit, behalve indien deze voortvloeit uit een toegelaten activiteit. Bijgevolg kan een persoon tussen 18 en 21 jaar oud die geen enkele activiteit uitoefent de bijkomende kinderbijslag genieten op voorwaarde dat hij voor de leeftijd van 18 jaar gerechtigd was op de gewone kinderbijslag en de bijkomende kinderbijslag. De handicap waarvoor hij de bijkomende kinderbijslag ontvangt moet ontstaan zijn alvorens hij opgehouden heeft rechtgevend te zijn op de gewone kinderbijslag. Een persoon met een handicap tussen 18 en 21 jaar oud die na het verstrijken van de wachttijd een wachtvergoeding geniet komt toch in aanmerking voor de bijkomende bijslag voor zover deze sociale uitkering niet haar oorsprong vindt in een verzekeringsplichtige activiteit. Een wachtuitkering voor een jonge werkzoekende die nooit gewerkt heeft, komt niet voort uit een verzekeringsplichtige activiteit en dus kan de bijkomende bijslag verder worden toegekend.
Opmerking:
Het kind met een handicap van minder dan 21 jaar voor wie geen enkele rechthebbende wordt gevonden noch in het stelsel voor de werknemers noch in het stelsel voor de zelfstandigen, kan kinderbijslag genieten op basis van een eigen recht. Dit kind met een handicap moet wel deel uitmaken van het gezin van een natuurlijke persoon.
2. Medische criteria
De door de Directie-generaal Personen met een handicap aangewezen arts gaat over tot een medisch onderzoek van het kind en stelt vast of het kind beantwoordt aan de hierna beschreven medische criteria.
Oude regeling
Voor de kinderen uiterlijk geboren op 01.01.1996 berusten de medische criteria op een ongeschiktheid van ten minste 66 % en op de punten voor zelfredzaamheid geëvalueerd respectievelijk aan de hand van enerzijds de officiële Belgische schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit en de lijst van aandoeningen en anderzijds de schaal van zelfredzaamheid. Deze laatste 2 documenten zijn als bijlagen gevoegd aan het K.B. van 03.05.1991. De drempel van 66 % ongeschiktheid is de noodzakelijke voorwaarde voor de toekenning van een bedrag dat afhangt van het aantal punten voor zelfredzaamheid.
De graad van zelfredzaamheid van het kind wordt gemeten aan de hand een handleiding, waarin rekening wordt gehouden met de volgende functionele categorieën:
1° het gedrag;
2° de communicatie;
3° de lichaamsverzorging;
4° de verplaatsing;
5° de lichaamsbeheersing in bepaalde situaties en de handigheid;
6° de aanpassing aan de omgeving.
Aan elk van de genoemde functionele categorieën wordt een cijfer toegekend volgens onderstaande schaal:
- 0 punten: voldoende zelfredzaamheid
- 1 punt: aanwezigheid van een moeilijkheid
- 2 punten: niet voortdurende hulp van een derde persoon
- 3 punten: voortdurende hulp van een derde persoon.
Van de opgesomde functionele categorieën worden enkel de drie functionele categorieën, die de hoogste punten hebben bekomen, behouden voor de totalisatie van de punten die in aanmerking moeten worden genomen voor het bepalen van het bedrag van de bijkomende kinderbijslag.
Nieuwe regeling
Voor de kinderen geboren na 01.01.1996 berusten de medische criteria op het aantal behaalde punten op een medisch-sociale schaal als bijlage gevoegd bij het K.B. van 28.03.2003 en die van toepassing is vanaf 01.05.2003. Deze schaal, samengesteld uit 3 pijlers, P1, P2 en P3, stelt een totaal aantal punten vast van 0 tot 36 evenals een percentage ongeschiktheid van 0 punten tot 6 in pijler P1. Een drempel van 6 punten in totaal of van 4 punten in pijler P1 (ongeschiktheid van 66 %) is een voldoende voorwaarde voor de toekenning van de bijslag waarvan het bedrag afhankelijk is van het totaal aantal punten.
De medisch-sociale schaal omvat een specifiek gedeelte voor het kind, de pijlers P1 en P2, en een specifiek gedeelte voor het gezin, de pijler P3.
De eerste pijler wordt gemeten aan de hand van de Lijst van pediatrische aandoeningen en de Officiële Belgische Schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit.
De tweede pijler evalueert 4 functionele categorieën, namelijk:
1° leren, opleiding en sociale integratie;
2° communicatie;
3° mobiliteit en verplaatsing;
4° zelfverzorging.
De derde pijler is het meest vernieuwend, daar ook voortaan de inspanningen van de familiale omgeving in aanmerking worden genomen.
Het betreft:
- de opvolging van de behandeling thuis;
- de verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling;
- de aanpassing van het leefmilieu en leefwijze.
De gevolgen van de aandoening van het kind worden uitgedrukt in een aantal punten.
- in de eerste pijler scoort men maximaal 6 punten;
- in de tweede pijler scoort men maximaal 12 punten;
- in de derde pijler scoort men maximaal 18 punten.
Bij wijze van overgangsmaatregel kan in bepaalde gevallen voor kinderen geboren na 01.01.1996 de medische evaluatie alsnog op grond van 66% ongeschiktheid gebeuren.
C. Bedrag van de bijslag
Het toegekende bedrag hangt vooreerst af van de leeftijd van het kind ( kinderen uiterlijk geboren op 01.01.1996 of na deze datum) evenals van het stelsel waaronder de aanvraag wordt ingediend.
Oude regeling
De toepasselijke medische criteria zijn uitsluitend deze die hoger werden omschreven.
De bedragen, in functie van het aantal punten voor zelfredzaamheid volgens de bovenvermelde schaal, zijn de volgende:
- 0 tot 3 punten: 353,58 EUR
- 4 tot 6 punten: 387,04 EUR
- 7 tot 9 punten: 413,75 EUR
- (bedragen tot 2008, deze bedragen kunnen reeds aangepast zijn).
Nieuwe regeling
Men dient een onderscheid te maken naar gelang het kind al of niet reeds rechtgevend op bijkomende bijslag was vóór 01.05.2003.
a) Het kind was reeds rechtgevend op bijkomende bijslag wegens handicap vóór 01.05.2003.
Tijdens de medische herziening voor het verlengen van de toekenning werd er in een bijzonder overgangssysteem van verworven rechten voorzien.
Van het bedrag bepaald door de medische criteria in de oude regeling en het bedrag bepaald in de nieuwe regeling wordt het hoogste bedrag toegekend.
Indien dit hoogste bedrag wordt toegekend in de oude regeling, dan zal deze toekenning van de oude regeling beperkt zijn tot een periode van ten hoogste drie jaar na de voorziene herzieningsdatum, aangeduid in de vorige beslissing. Na de verlengingsperiode voor een duur van drie jaar na de destijds voorziene herzieningsdatum, wordt het bedrag uitsluitend bepaald in de nieuwe regeling.
Indien echter het hoogste bedrag wordt toegekend in de nieuwe regeling, dan kan de toekenning van de nieuwe regeling desgevallend eveneens gebeuren voor een beperkte periode van 3 jaar vóór deze datum. Deze periode begint ten vroegste op 01.05.2003.
b) Het kind was nog niet rechtgevend op bijkomende bijslag op 01.05.2003.
De medisch-sociale criteria in de nieuwe regeling zijn uitsluitend van toepassing vanaf 01.05.2003.
Voor de periode voordien zijn de medische criteria in de oude regeling uitsluitend van toepassing.
De maandelijks toegekende bedragen na 01.05.2003, vastgesteld in functie van de criteria in de nieuwe regeling, nl. het aantal punten op de medisch-sociale schaal, zijn:
|
|
4 punten |
68,92 EUR
|
| bedragen op 1 oktober 2006 | Deze bedragen reeds aangepast zijn |
Voor de periode voorafgaand aan 01.05.2003, waarin de criteria in de oude regeling uitsluitend van toepassing zijn, gelden de bedragen die hoger werden weergegeven en die in functie staan van het aantal punten voor zelfredzaamheid.
Bemerking:
Er is een verjaringstermijn van het recht op kinderbijslag voor een duur van vijf jaar.
Het medisch onderzoek kan dus ook slaan op een periode voorafgaand aan de datum van aanvraag.
D. Hoe de bijslag aanvragen?
De ouders van het kind of, bij ontstentenis, zijn wettelijke vertegenwoordiger, dienen hun aanvraag tot bijkomende kinderbijslag te richten tot de bevoegde instelling, nl. het kinderbijslagfonds of de instelling die gewoonlijk de kinderbijslag uitbetaalt (Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, openbare instellingen…).
Indien uit het onderzoek door de bevoegde instelling blijkt dat alle administratieve voorwaarden vervuld zijn, laat ze, per briefwisseling, aan het gezin van het kind een aanvraagdossier toekomen dat een vooraf ingevuld administratief formulier bevat evenals een formulier voor het inwinnen van medische inlichtingen en een vragenlijst voor de ouders.
De ouders worden uitgenodigd, indien ze het wensen, de vragenlijst die voor hen bestemd is in te vullen en het formulier voor het inwinnen van medische inlichtingen zo goed mogelijk te laten invullen door de behandelende arts: er wordt hen vervolgens gevraagd alles onmiddellijk, behoorlijk ingevuld en ondertekend, te sturen naar de FOD Sociale Zekerheid - Directie-generaal Personen met een handicap -Verhoogde Kinderbijslag, Zwarte Lievevrouwstraat 3 C, 1000 Brussel. Een met dit adres voorbedrukte briefomslag wordt ter beschikking gesteld.
De bevoegde dienst van deze Directie-generaal belast een arts met het uitvoeren van het medisch of medisch-sociaal onderzoek en maakt hem de aanvraag tot onderzoek over, vergezeld zowel van het formulier voor het inwinnen van medische inlichtingen ingevuld door de arts van het kind als van het formulier met betrekking tot de vragenlijst voor de ouders.
De aldus aangewezen arts maakt een afspraak met het gezin voor een onderhoud en voor het medisch onderzoek van het kind.
Indien het kind zich niet kan verplaatsen, kan het medisch onderzoek gebeuren op de plaats waar het verblijft.
Tijdens het onderzoek worden de ongeschiktheid of de zelfredzaamheid of het aantal punten op de medisch-sociale schaal bepaald overeenkomstig het stelsel dat van toepassing is voor het kind.
De evaluatie kan herzien worden hetzij ambtshalve op een datum in de toekomst vastgesteld tijdens het onderzoek, hetzij op verzoek van de ouders telkens wanneer er een nieuw element optreedt in de evolutie van de aandoening van het kind.
E. Uitbetaling
Het resultaat van het onderzoek wordt ter kennis gebracht van de bevoegde instelling die de kinderbijslag uitbetaalt.
De bijkomende bijslag wordt toegevoegd aan de gewone kinderbijslag en wordt maandelijks aan de bijslagtrekkende (moeder of vader) uitbetaald met een mogelijke retroactiviteit tot 5 jaar vanaf de datum van aanvraag.
Wanneer het kind met een handicap in een instelling verblijft, wordt twee derde van het bedrag aan de instelling betaald en het resterende derde in principe aan de bijslagtrekkende.
De attesten die gelden voor de sociale en fiscale voordelen (ongeschiktheid van 66% of 80 %) worden door de Directie-generaal Personen met een handicap naar de ouders gestuurd, na afloop van het medisch onderzoek.
Het attest dat bestemd is voor de mutualiteit inzake de verhoogde verzekeringstegemoetkoming (oud statuut WIGW), de maximumfactuur en het statuut van chronisch zieken wordt afgegeven door de instelling die de kinderbijslag uitbetaalt.
F. Beroep
In geval van weigering van bijkomende bijslag of bij betwisting over het toegekende bedrag door de bevoegde instelling, kunnen de ouders met een verzoekschrift in beroep gaan bij de arbeidsrechtbank.
MEER INFORMATIE?
VOOR JURIDISCHE EN ADMINISTRATIEVE INLICHTINGEN
RIJKSDIENST VOOR KINDERBIJSLAG VOOR WERKNEMERS (R.K.W.)
Trierstraat, 70
1000 - BRUSSEL
GROEN NUMMER: 0800/94.34
Tel: 02/237.21.11
Fax: 02/237.24.70
bxl.fam@rkw-onafts.fgov.be
RIJKSINSTITUUT VOOR DE SOCIALE VERZEKERINGEN DER ZELFSTANDIGEN (R.S.V.Z.)
Jan Jacobsplein, 6
1000 - BRUSSEL
Tel: 02/546.42.11
Fax: 02/511.21.53
info@rsvz-inasti.fgov.be
FOD SOCIALE ZEKERHEID
- Directie-generaal Sociaal Belei
- Eurostation II
Victor Hortaplein 40 bus 20
1060 BRUSSEL
Tel: 02/528.63.00
Fax: 02/528.69.72
dgsoc@minsoc.fed.be
- Directie-generaal Zelfstandigen
- Eurostation II
Victor Hortaplein 40 bus 20
1060 BRUSSEL
Tel: 02/528.64.50
Fax: 02/528.69.77
zelfindep@minsoc.fed.be
FOD SOCIALE ZEKERHEID
- Directie-generaal Personen met een handicap
- Dienst Verhoogde Kinderbijslag
Zwarte Lievevrouwstraat, 3c
1000 BRUSSEL
Tel Contact Center: 02/507.87.99
Fax: 02/509.81.85
Handin@minsoc.fed.be
Onze conclusie:
Verhoogde kinderbijslag voor kinderen met een handicap.
Sommige kinderen en jongeren met een handicap kunnen recht hebben op een verhoogde kinderbijslag. Een paar jaar geleden werd er een nieuw systeem ingevoerd om de handicap van het kind te evalueren voor het bepalen van de verhoogde kinderbijslag. Dit nieuwe systeem werd stapsgewijs ingevoerd. Maar sinds mei 2009 is dit systeem voor ieder kind dat recht heeft op een verhoogde kinderbijslag van toepassing. Meer dan met de handicap van het kind, wordt er rekening gehouden met de inspanningen die nodig zijn om het kind te integreren in de samenleving en de belasting dat dit kind voor de gezinssituatie betekent. Het is goed om je hier als ouders over te informeren: Hoe wordt momenteel de handicap van het kind, van de jongere geëvalueerd voor de toekenning van de verhoogde kinderbijslag? Hoe kan je je zo goed mogelijk voorbereiden op de medische controle?
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |


















