" Kanker ”
De overgrote meerderheid van mensen die voor het eerst met kanker te maken krijgen, weet nauwelijks wat van die ziekte. Helemaal niet verwonderlijk dus dat ook u overweldigd wordt met een heleboel termen die u absoluut niets zeggen.
Favoriete rubrieken |
|
|
|
|
|
Soorten Kanker
-
Maagkanker
Andere symptomen
U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......
VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier
CONTACT
Acute leukemie
Wat is leukemie?
Leukemie is een vorm van bloedkanker waarbij door een ongecontroleerde deling van witte bloedcellen het beenmerg wordt aangetast. Het is een complexe ziekte met verschillende types en subtypes. Er zijn grote verschillen in de behandeling en de vooruitzichten voor mensen met leukemie, afhankelijk van het type leukemie en andere factoren.
Beenmerg en bloedcellen
Beenmerg is het zachte binnenste van beenderen. In het beenmerg zitten stamcellen, die uitgroeien tot drie belangrijke bestanddelen van ons bloed:
- rode bloedcellen, die zuurstof naar alle lichaamsdelen transporteren,
- witte bloedcellen, die infecties bestrijden,
- bloedplaatjes, die ervoor zorgen dat het bloed stolt en bloedingen stoppen.
Na een rijpingsproces komen deze bloedcellen in de bloedsomloop terecht.
Leukemie
Bij leukemie vindt er een storing plaats in de vorming van bepaalde witte bloedcellen en meer bepaald in het rijpingstraject. Afwijkende cellen die nog niet voldoende zijn uitgerijpt, hopen zich op in het beenmerg en brengen de productie van normale bloedcellen in het beenmerg in het gedrang. Eerst zijn er alleen in het beenmerg grote hoeveelheden onrijpe witte bloedcellen aanwezig, maar na verloop van tijd komen die in de bloedbaan, in andere organen (bijvoorbeeld milt en lever) en in de lymfeklieren terecht.
We maken een onderscheid tussen acute en chronische leukemie. Bij acute leukemie rijpen de witte bloedcellen niet uit. Er ontstaat in korte tijd een ophoping van onrijpe bloedcellen en een tekort aan rijpe witte bloedcellen. Bij chronische leukemie rijpen de cellen nog redelijk goed uit en verloopt het ziekteproces trager dan bij acute leukemie.
Afhankelijk van het soort witte bloedcel dat de ziekte veroorzaakt, spreken we van lymfatische of myeloïde leukemie. Er bestaan dus vier types leukemie:
• acute lymfatische leukemie (ALL)
• acute myeloïde leukemie (AML)
• chronische lymfatische leukemie (CLL)
• chronische myeloïde leukemie (CML)
De leeftijd waarop leukemie het meest voorkomt, verschilt per vorm. Acute lymfatische leukemie (ALL) komt vooral bij kinderen en jonge volwassenen voor. Het is de meest voorkomende kanker bij kinderen onder de 14 jaar. Acute myeloïde leukemie (AML) komt vooral bij (oudere) volwassenen voor. Chronische leukemie wordt meestal vastgesteld bij mensen op middelbare leeftijd of bij oudere mensen.
Deze pagina gaat uitsluitend over acute leukemie bij volwassenen.
Onderzoeken?
Wanneer er een vermoeden van leukemie bestaat, laat de arts een gericht bloedonderzoek uitvoeren. Als dit verdachte afwijkingen aan het licht brengt, volgt een beenmergonderzoek. Voor beenmergonderzoek is een punctie en eventueel een biopsie nodig.
Bij een punctie wordt met een naald beenmerg weggenomen uit het borstbeen of de rand van het bekken en onderzocht. Bij een biopsie wordt een stukje bot uit de bekkenrand verwijderd en onderzocht. Een gespecialiseerd arts stelt op basis hiervan de diagnose. Deze en andere bloedonderzoeken helpen ook te bepalen welk type leukemie iemand heeft.
Daarnaast kunnen de volgende onderzoeken plaatsvinden:
• röntgenonderzoek van het hart en de longen,
• röntgenonderzoek en echografie van de buik,
• hartfunctieonderzoek om de werking van de hartspier te testen,
• extra bloedonderzoek om meer informatie te verkrijgen over het functioneren van bepaalde organen,
• punctie van ruggenmergvocht.
Behandeling?
De meest toegepaste behandeling van acute leukemie is chemotherapie, al dan niet gecombineerd met een stamceltransplantatie (SCT) en/of radiotherapie. Maar er zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk. De behandelende arts-specialist houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met het type leukemie, het stadium waarin de ziekte zich bevindt, de algemene conditie en leeftijd van de patiënt.
Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de mogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.
Chemotherapie
De naam chemotherapie verwijst naar de kuur met geneesmiddelen die de groei van kankercellen remmen of vernietigen. De medicijnen worden meestal rechtstreeks in de bloedbaan gebracht met een infuus, waarna ze zich door het hele lichaam verspreiden en overal eventuele kankercellen kunnen bereiken.
Niet alle kankercellen zijn even gevoelig voor dezelfde medicijnen. Daarom wordt vaak een combinatie (een ‘cocktail’) van celremmende geneesmiddelen (of cytostatica) voorgeschreven.
Bij acute leukemie wordt chemotherapie meestal gegeven in drie verschillende fasen:
• remissie-inductie: doel van deze eerste fase is een remissie te bereiken, d.i. de afwezigheid van tekens en symptomen van de ziekte,
• consolidatie: behandeling om leukemiecellen aan te pakken die niet direct opspoorbaar zijn,
• post-remissie: langdurige onderhoudsbehandeling, meestal met lage dosissen chemotherapie, om het risico op herval te verkleinen.
Omdat acute lymfatische leukemie (ALL) de neiging heeft zich te nestelen in het centrale zenuwstelsel, krijgen patiënten preventief vaak chemotherapie rechtstreeks in het ruggenmerg of bestraling van het hoofd. Dit komt bij AML veel minder voor.
Bijwerkingen
Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen er tijdelijk bijwerkingen optreden: vermoeidheid, misselijkheid en braken, verminderde eetlust, haaruitval, ontstoken mond, verhoogde kans op infecties... Ze verschillen van persoon tot persoon, en hangen onder andere af van de medicijnen, de hoeveelheid en de duur van de behandeling. Na de behandeling verdwijnen de meeste bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers...
Stamceltransplantatie
Een stamceltransplantatie is het toedienen van gezonde stamcellen om beenmerg te vervangen dat door kanker of door chemotherapie vernietigd is.
De getransplanteerde stamcellen kunnen afkomstig zijn van de patiënt zelf (dit heet een autologe transplantatie) of van een donor – een familielid of iemand anders (dat heet een allogene transplantatie). Tegenwoordig haalt men stamcellen meestal uit het bloed. De transplantatie erna heet dan een stamceltransplantatie (afgekort SCT). De donor van de stamcellen krijgt eerst medicijnen die het beenmerg stimuleren om meer stamcellen in het bloed af te geven. De stamcellen worden dan langs een infuus uit het bloed afgenomen. De transplantatie zelf verloopt langs een infuus.
Bijwerkingen
Een stamceltransplantatie heeft gevolgen op korte en lange termijn. De neveneffecten op korte termijn zijn grosso modo dezelfde als van een zware chemotherapie (zie hierboven). Omdat het risico op infectie erg groot is, moeten patiënten na een stamceltransplantatie een tijdlang in een steriele kamer verblijven. Op lange termijn is het belangrijkste probleem de graft-versus-hostziekte (GVHD), die kan voorkomen na een transplantatie van een donor. Afweercellen uit het getransplanteerde donorweefsel vallen dan organen en weefsel van de patiënt aan, met huidproblemen, ernstige diarree, of schade aan lever of longen tot gevolg. Om deze aanvalsreacties tegen te gaan, krijgt de patiënt medicijnen die de afweer onderdrukken.
Radiotherapie
Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen om kankercellen te vernietigen. Radioactieve energie in de vorm van een stralenbundel (te vergelijken met een lichtbundel) vernietigt kankercellen geheel of gedeeltelijk. Het gebied dat moet worden bestraald, verschilt per patiënt: soms is dat alleen het hoofd, soms het volledige lichaam. Ook de duur van de bestralingskuur, de intensiteit en het bestralingsschema (het aantal bestralingen) kunnen variëren. De bestraling op zich is pijnloos.
Radiotherapie wordt soms gebruikt bij leukemie die zich naar de hersenen, het ruggenmerg of de teelballen verspreid heeft. Ook vóór een stamceltransplantatie wordt het lichaam soms bestraald.
Bijwerkingen
De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de toegediende dosis en het bestralingsveld zodanig worden berekend dat er zo weinig mogelijk schade wordt berokkend aan gezonde weefsels en organen. Toch kan straling ook invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor wordt de huid rood en gevoelig. Ook vermoeidheid is een vaak voorkomende bijwerking van radiotherapie. Deze bijwerkingen verdwijnen normaal een tijd na de therapie.
Na de behandeling?
Geneeskansen
De kans op genezing hangt van veel dingen af: van het soort leukemie, van het stadium waarin de ziekte verkeert, van de leeftijd van de patiënt, van de behandeling enz. De behandelende arts kan meer uitleg geven over al deze factoren. Over het algemeen geldt dat jongere mensen meer kans op genezing hebben dan oudere mensen. De overlevingskansen voor acute lymfatische leukemie (ALL) zijn over het algemeen iets beter dan voor acute myeloïde leukemie (AML). Als de leukemie na een succesvolle behandeling terugkomt, is het mogelijk opnieuw een remissie te bereiken. Vaak wordt dan een stamceltransplantatie in overweging genomen.
Nazorg
Na een intensieve medische behandeling blijft er bij de meeste patiënten een gevoel van onzekerheid. Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer gedaan kan worden. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Nazorg is in beide situaties dan ook erg belangrijk. Het begrip ‘nazorg’ houdt veel in: medische begeleiding, oncorevalidatie (onder begeleiding bewegen en sporten om de fysieke conditie weer op te bouwen), psychische en sociale opvang, en/of palliatieve zorg.
Vragen?
Praat met de behandelende arts over mogelijke symptomen, bijwerkingen of fysieke problemen. Hij of zij kent uw ziekte en het verloop immers het best.
Uw omgeving en lotgenoten
Familie, vrienden en verwanten kunnen eveneens veel steun bieden. Het kan ook helpen om over de ziekte te praten met andere leukemiepatiënten, bijvoorbeeld via een patiëntenvereniging of zelfhulpgroep. Op www.tegenkanker.be/zelfhulpgroepen staan alle adressen vermeld.
Kankertelefoon
Deze pagina beantwoordt wellicht niet al uw vragen. Blijf er echter niet mee zitten, maar schrijf ze op, stel ze aan uw arts of stuur ze naar de Vlaamse Kankerlijn kankerlijn@tegenkanker.be . U kunt er terecht voor een anoniem luisterend oor, deskundig advies of een bemoedigend gesprek. U kunt er ook informatie krijgen over verdere begeleiding van patiënten, over contact met lotgenoten, sociale voorzieningen voor patiënten, aanvullende behandelingsmethoden, palliatieve zorg enz....
Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.
De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.
Tot slot
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag van u. Mail
![]() |
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer |
![]() |
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?
Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer |
![]() |
Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie. |
![]() |
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer |


















