facebook van ziekte en invaliditeit VZW Hartziekte op twitter

 

 

" Psychologie ”

In de rubriek psychologie kom je alles te weten over geestelijke aandoeningen of problemen. Wat is het? Wat kan je eraan doen? Hoe ga je er mee om? Elke categorie biedt nuttige informatie...

Forum - Kronika: Stel uw vraag op ons forum, je kan ook inloggen met een facebookaccount

 

Favoriete rubrieken

Borstvergroting tips

Borstvergroting

mooi gebit

Tandverzorging

Hartziekten

invaliditeitsuitkering

Uitkeringen

Anorexia

Anorexia

Soorten kanker

maagzuur, reflux

Maagzuur

Verslaving

Rubriek Psychologie

Minder gekende psychologische aandoeningen

U kan ons gratis ondersteunen door een link te plaatsen op uw blog, website, facebook, enz......

 

VZW Hartziekte dankt van ganser harte alle mensen die zich inzetten voor onze vereniging en ons actief bijstaan in het realiseren van onze doelstellingen! Wil je graag een link toevoegen klik hier

 

 

CONTACT

 

Spinnenangst

Samenvatting
Uit onderzoek onder volwassenen blijkt dat mensen die bang zijn voor spinnen een zogenaamde covariatie bias hebben. Een covariatie bias houdt in dat mensen de relatie tussen een stimulus en een bepaalde negatieve consequentie overschatten. Op het gebied van kinderen is weinig onderzoek naar dit fenomeen gedaan. Het doel van de huidige studie is te onderzoeken of kinderen ook een dergelijke covariatie bias hebben. In totaal deden 220 kinderen in de leeftijd van 8 tot en met 14 jaar mee aan het onderzoek. De kinderen moesten daarvoor een spinnenangst-vragenlijst invullen en ze dienden een computertaak uit te voeren waarbij ze geconfronteerd werden met plaatjes van spinnen, wapens en bloemen, die steeds gevolgd door een bepaalde consequentie: positief, negatief en neutraal. Na de computertaak moesten de kinderen schatten hoe vaak een bepaalde consequentie volgde bij de drie categorieën plaatjes. Correlatie analyses lieten zien dat er bewijs is voor een spinnenangst gerelateerde covariatie bias bij zowel kinderen (8-11 jaar) als jonge adolescenten (12-14 jaar).

 

zijn spinnen wel zo gevaarlijk, springt een spin wel op je, als hij je bijt wordt je dan ziek?


Spinnenangst en covariatie bias bij kinderen en adolescenten


Angsten en fobieën


Iedereen heeft wel eens een situatie meegemaakt waarin hij/zij zich angstig voelde. Angst is een emotie de geëvolueerd is om de overlevingskans van mensen te vergroten. Als je bang bent, zul je bepaalde lichamelijke sensaties waarnemen, zoals zweten, versnelde hartslag, trillen, waakzaamheid enz. Deze lichamelijke sensaties ontstaan door het sympathische zenuwstelsel en duiden erop dat de mens zich klaar maakt om te vechten of te vluchten.


Iedereen heeft wel iets waarvoor hij/zij bang is, zoals angst voor hoogten, bloed en dieren. Wanneer een angst extreem is, dus wanneer de mate van angst niet meer in verhouding staat tot de dreiging die van de stimulus uitgaat, dan kunnen we van een fobie spreken. Als een persoon bang is voor één bepaalde stimulus, bijvoorbeeld een spin, dan noemen we dat een specifieke fobie. Er zijn vijf subtypen van specifiek fobieën: de dierfobie, fobie voor de natuurlijke omgeving (bijvoorbeeld angst voor hoogten), bloed-, injectie- en letselfobie, situationele fobie en een andersoortige fobie. De symptomen van een specifieke fobie zijn:


(1) Een duidelijke en aanhoudende angst die overdreven of onredelijk is en uitgelokt wordt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek voorwerp of situatie (bijvoorbeeld vliegen, hoogten, dieren, een injectie krijgen of bloed zien);


(2) Blootstelling aan de angstopwekkende stimulus of situatie veroorzaakt bijna zonder uitzondering een onmiddellijke angstreactie, die de vorm kan krijgen van een situatiegebonden angst of een paniekaanval;


(3) De betrokkene is zich ervan bewust dat de angst overdreven of onredelijk is;


(4) De angstopwekkende stimulus of situatie wordt vermeden of doorstaan met intense angst of lijden;


(5) De vermijding, angstige verwachting of het lijden in de gevreesde situatie belemmeren in sterke mate de normale routine, het functioneren in het werk of de studie, en/of de sociale activiteiten of relaties met anderen, of er is een duidelijk lijden door het hebben van de fobie.


Theorieën over het ontstaan van angsten en fobieën

Er kunnen verschillende redenen zijn waardoor angsten en fobieën zich ontwikkelen. Ter verklaring van angsten en fobieën zijn een aantal theorieën geformuleerd.


Volgens de psychoanalytische theorie van Freud zijn er grofweg twee angsten te onderscheiden: neurotische angst en realistische angst. Neurotische angst is angst voor het tot uiting komen van onaanvaardbare, onbewuste impulsen. Om een dergelijke uitbraak te voorkomen gebruiken mensen afweermechanismen. Volgens Freud is een veel gebruikt afweermechanisme verdringing: de onaanvaardbare onbewuste impulsen worden verdrongen, er wordt een barrière opgeworpen tussen het onderbewustzijn en het bewustzijn, wat veel energie kost. Als de afweer dreigt te falen, dus wanneer de onaanvaardbare onbewuste impulsen op doorbreken staan, ervaren mensen neurotische angst. Volgens Freud bestaat er ook realistische angst. Dit is de angst die wordt opgeroepen door een bedreigende externe stimulus, bijvoorbeeld een wapen. De psychoanalytische theorie over het ontstaan van angsten is achterhaald en er is weinig wetenschappelijk bewijs die deze theorie ondersteunt.


De behandeling van angsten en fobieën

Al de bovenstaande theorieën verklaren het ontstaan en voortbestaan van angsten/fobieën. Er zijn door de jaren heen gelukkig goede therapieën ontwikkeld om mensen met angsten/fobieën te helpen. De leertheoretische en de cognitieve visie hebben therapeutische implicaties. Vanuit de leertheorie, ofwel het behaviorisme, komt een zeer effectieve en efficiënte therapie om mensen met bijvoorbeeld spinnenangst te helpen. Deze therapie noemen we de exposure therapie. Er zijn verschillende vormen van exposure, zoals bijvoorbeeld exposure in vivo. Dit betekent dat je de persoon die bijvoorbeeld bang is voor spinnen daadwerkelijk gaat confronteren met spinnen. Door de persoon te confronteren met de stimulus waarvoor hij/zij bang is, zal de persoon een angstreactie laten zien en hij/zij zal de spin(nen) willen vermijden. Zoals hierboven al beschreven wordt, houdt vermijding de angst in stand. Door de stimulus juist niet te vermijden zal de angst afnemen ofwel uitdoven, omdat de persoon leert dat spinnen helemaal niet zo gevaarlijk zijn. Er treedt eigenlijk desensitisatie en uitdoving op. Door de uitdoving van de angst zal de persoon ook minder sterk reageren op de stimulus. Je hebt grofweg twee vormen van deze exposure in vivo therapie: de graduele exposure en de flooding exposure. Bij de graduele exposure wordt er eerst een angsthiërarchie opgesteld. De persoon met de angst maakt samen met de therapeut een lijst met stimuli en situaties waar de persoon bang voor is. Onderaan de lijst staan de dingen waarvoor de persoon een beetje bang is en steeds hoger op de lijst staan de dingen waarvoor de persoon meer bang is. De graduele exposure begint met de dingen waarvoor de persoon een beetje bang is en werkt langzaam toe naar de dingen waarvoor de persoon erg bang voor is. De oefeningen worden dus steeds zwaarder omdat de persoon steeds vaker dingen moet doen waarvoor hij/zij meer angst heeft. De tweede vorm van exposure is flooding. Ook hier wordt eerst een angsthiërarchie gemaakt, maar nu wordt niet onderaan de lijst begonnen maar bovenaan. Dus de persoon gaat meteen die dingen doen waarvoor hij extreem bang is. Ook hier zal uiteindelijk desensitisatie en uitdoving plaatsvinden van de angstreactie, net zo als bij de graduele exposure. Er zijn nog twee andere vormen van exposure therapie: de exposure in vitro, ofwel de imaginaire exposure, en de virtual reality exposure. Bij de imaginaire exposure moet de persoon zich bijvoorbeeld een spin inbeelden, de persoon moet dus denken aan een spin. Bij de relatief nieuwe vorm van virtual reality exposure wordt de persoon geconfronteerd met de stimuli waarvoor de persoon bang is door middel van computersimulaties. Uit een onderzoek van Garcia-Palacios et al. (2002) blijkt dat een virtual reality exposure behandeling beter is dan geen behandeling. De mensen die de virtual reality exposure hebben gehad waren minder bang voor spinnen en lieten minder vermijding zien dan de wachtlijst groep.


Ook vanuit de cognitieve theorie zijn er therapeutische interventies ontwikkeld. De leertheorie is vooral gericht op het veranderen van gedrag, maar de cognitieve theorie is meer gericht op het veranderen van gedachten. De cognitieve visie stelt dat als een persoon bang is voor een stimulus, dat dan bepaalde informatie beschikbaar komt. Deze informatie bestaat uit gedachten over de stimulus. Het moge duidelijk zijn dat bepaalde gedachten over een stimulus, beangstigend kunnen zijn. Dergelijke gedachten kunnen zijn: “Een spin is zeer gevaarlijk”, “Straks springt hij op me” en “Als hij mij bijt word ik ziek”. Door middel van cognitieve therapie worden eerst deze negatieve gedachten in kaart gebracht. Als deze gedachten bekend zijn wordt er gekeken of die gedachten wel kloppen: zijn spinnen wel zo gevaarlijk, springt een spin wel op je, als hij je bijt wordt je dan ziek?

 

Met andere woorden, de houdbaarheid van de angstopwekkende gedachten wordt nader onderzocht. Door op deze manier irreële gedachten te veranderen in reële gedachten, zal de angst voor de stimulus verminderen. Vaak worden de exposure en de cognitieve therapie samen toegepast omdat dit effectiever en efficiënter is. In dat geval spreken we over cognitieve gedragstherapie.

 

 

 

Wat is slaap en waarom slapen we?
Wat is slaap en waarom slapen we?

Hoewel de afgelopen 50 jaar de kennis over slaap enorm is toegenomen is nog steeds niet helemaal duidelijk waarom we zo ongeveer 1/3 van ons leven slapend doorbrengen. Slaap wordt omschreven als een dagelijks terugkerende toestand waarin lichaam en geest tot rust komen.Lees meer

4
Als aan mensen gevraagd wordt wat voor hen het belangrijkste is in het leven, antwoorden de meesten ‘gelukkig zijn’. Maar wat betekent het? Enerzijds is geluk verschillend maar anderzijds ook gelijk voor iedereen. Geluk is de mate waarin je plezier in het leven hebt. lees meer
4
Hoe groot is uw risico op hospitalisatie?

Vroeg of laat ontsnapt niemand aan een hospitalisatie, ook u niet. De kans dat u in het ziekenhuis terechtkomt, is 1 op 6. Hoe ouder u wordt, hoe groter het risico. lees meer

4

Hier vind je duidelijke informatie over jouw concrete situatie.
Adressen en links maken je wegwijs in diensten die je kunnen helpen.
Klik door naar de rubrieken en thema's in het linkermenu of zoek op trefwoord. Heel handig om snel iets op te zoeken.Lees meer

4
Deze website biedt u toegang tot de publicaties van de Vlaamse overheid. U kunt publicaties opzoeken en aanvragen. Publicaties die elektronisch beschikbaar zijn, kunt u downloaden.De lijst bevat een overzicht van de publicaties die werden uitgegeven. Lees meer